Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
04
rijk. souverein , universiteit,
rijm. steiger, vallei,
rijp» steil, vleijen,
rijst, styl , weiden,
rijven, tapyt, weinig,
schijf. teil, wijk.
soldij, tijd. wijzen,
spijker, tijger, wrijven,
spijt, tijk. zyde,
societeit, trein, zwijgen.
Wat is er aan te merken op de spelling in de volgende op-
gaven ?
Spraakk. § 562-572. Spraakl. § 166—171.
Er is een out hollans spreekwoort, dat zecht: de heelder
is zoo goet als de steelder; men moest eigeiyk zeggen, zoo
siegt als de steelder. — Jezus beval zijnen leerlingen zich te
wagten voor den zuurdeessem der Farizeeuwen. — Na Ro-
mulus, den stigter van het Romeinsche rijk, regeerden noch
ses koningen; toen werd de koninglijke regering afgeschaft,
en door die der conzuls vervangen. Deze regeerden niet met
onbepaalden macht, maar waren afhankelyk van of ten minste
verantwoordelijk aan den zenaat of Romeinschen raat. — Het
vergangelijke van menselijke grootheid is vooral zichtbaar in
de geschiednis. Daar ziet men koninkrijken ontstaan, bloeien
en verdwijnen; vorsten, die bede hunne beveellen aan eene
hälfe werelt geven, en morgen door het zwaart van een ver-
raadder of de woedde eener opgewondene menichte worden
omgebracht. — In nioerraschige streeken bout men gene zwaare
stenen huizen , maar ligte woningen van houd, omdat de
gront daar de kragt niet heeft, om de vragt van hegte ge-
bouwen te torsen.
5.
Wanneer men in den herfst door bosachtige streeken wan-
delt, vindt men de paadden met blaaderen bedekt, die reeds
eene geellagtige kleur hebben. Dat geel worden is een uit-