Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
18.
Het is moeijelijk een eigenzmnig mensch over eene ver-
keerde gedachte le overtuigen ; terwijl hij zelden van overtui-
ging vatbaar is. — Wanneer men noch liefde voor de studie,
noch geen bepaalde neiging voor eenige andere nuttige bezig-
heid heeft, zal men én in verveling zijn leven verkwijnen,
öf tot kwade dingen de toevlugt nemen. — De vorige eeuw
heeft zich gekenmerkt door groote oniwentelingen; terwijl in
alle standen der maatschappij een zucht van omkeering zich
openbaarde. •—• Wanneer een jongeling nooit ergens anders ge-
weest is, als te huis bij zyne ouders, heeft hij weinig onder-
vinding opgedaan ; maar evenwel kan hij nogtans genoeg ge-
leerd hebben, en is tevens bevrijd gebleveVi van het, ach ar-
me ! vaak besmettelijke voorbeeld, dat hetgeen de omgang
van andere jongelingen dikwijls aanbiedt. — Ach! wat ben
ik niet verheugd u te zien , terwijl ik meende gij rnij geheel
vergeten hadt. — Deze werken bevallen mij niet zoo wel,
dan die ik verleden week gelezen heb, hoewel deze (de eerste)
veel gunstiger aangekondigd waren, als gene, (of de laatste).
19.
Die man verhaalde ons , dat zijn broeder hem gezegd had,
dat hij tijding had ontvangen, dat het schip, dat verleden
jaar na Australië vertrokken was, gisteren was binnen ge-
loopen. Wij vraagden hem, of hij ook vernomen had, of er
gevraagd werd, of wij na Rotterdam kwamen. Wij wensch-
ten dit te weten, terwijl wij liever te huis blijven, als eene
vergeefsche reis te doen. Wij duen dat niet om karigheid,
dan wij kunnen zoo goed en misschien beter het geld missen
als hij, maar dewijl 'wij van huis zijn, dan gaan de zaken
niet altijd, zoo als wij het verlangen. — Die ioopman be-
stuurt zelf zijne zaken, en houdt zijne briefwisseling en is
zijn eigen boekhouder en zijn eigen makelaar, en kan daarbij
nog den tijd vinden voor gezellig verkeer. Men staat ver-
baasd , dat één man zoo veel kan doen! — Allen , behalve
dien man , waren in de vergadering tegenwoordig. — Gij, be-
nevens uwen broeder, zullen waarschijnlijk voor buitengewo-
ne leden gekozen worden. — Wij vermanen hem nog eens,
opdat hij aan zijn pligt voldoet. — Ach I wees zoo goed en