Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
gers, de allereerste man zou geweest zijn in het vrije Ge-
meenebesL M. Stuart.
4.
Van het volgende geve men op, welke woorden door overeen-
stemming en welke door beheersching eenen betrekkingsvorm
aangenomen hebben.
Wien der vaderen roem niet onverschillig is, moet trach-
ten hunne groote daden na te volgen.
Den braven burger is het niet onverschillig, of zijn vader-
land gelukkig of ongelukkig zij.
Hij . die goeden , welgemeenden raad niet acht, is niet te
beklagen, wanneer zijne dwaze handelingen hem in het on-
geluk storten.
Hem kan men zijnen waren vriend noemen, die niet
schroomt zijne afkeurende stem te verheffen, daar waar men
eenen verkeerden weg bewandelt.
Het is gemakkelijker de fouten van een ander te berispen,
dan zelf zich voor fouten te wachten.
Een gezond verstand tracht van alle zaken den waren aard
en de eigenlijke strekking te ontdekken.
Aristides heeft zich door zijne strenge regtvaardigheid eenen
onsterfelijken roem verworven. Te Athene bestond eene bij-
zondere soort van regtspleging, het schervengerigt genoemd.
Elk burger schreef op eene schelp of scherf den naam van
dengenen, dien men gevaarlijk voor den republikeinschen
staat oordeelde. Iemand , die niet kon schrijven , vraagde aan
Aristides zeiven, of hij diens naam eens op de scherf wilde
zetten. »Hebt gij u dan over dien man te beklagen ?" vraag-
de Aristides. »Neen ," antwoordde de andere, »maar het ver-
veelt mij, nooit iets anders dan goed van hem te hooren."
IX. OEFENINGEN OVER HET GEBRUIK DER VERSCHIL-
LENDE WOORDSOORTEN.
Spraakk. § 299—527. SpraakL g 134—155.
1.
In de volgende oefeningen moeten de veranderingen opgegeven