Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
-wonderd te kijken, dat ik afzie van de studie, en mij ga toe-
leggen op kantoor- en handelszaken. Maar ik moet u op-
merken doen , dat ik, bij mijne zucht voor de studie, toch
ook steeds voor het vak mijner tegenwoordige keuze veel ge-
neigdheid heb gehad ; en daar ik nu heb de vooruitzigten om
spoedig voor mij zeiven zorgen te kunnen en een ruim bestaan
in vervolg van tijd daarin hebben te zullen, zoo zult gij wel
toestemmen moeten met mij, dat mijn besluit ieders goed-
keuring zal moeten kunnen verdienen.
5.
Vervolg.
Ook ben ik niet in mijn besluit onberaden te werk ge-
gaan , en heb ik myn inzien alleen gevolgd. Eerst heb ik
dit voornemen mijnen voogd bekend gemaakt, en vriendelijk
hem verzocht zijne gedachten mij omtrent die zaak mededee-
len te willen. Ik had het genoegen volkomen zijne goedkeu-
ring verwerven te mogen. Ik heb nog eenen mijner vrien-
den gesproken over die zaak, die insgelijks op een handels-
kantoor werkzaam is. Mijn voogd was van gevoelen , en ook
mijn vriend, dat die betrekking zeer geschikt voor mij
was , en voordeelig; want dat ik eene goede hand schreef, en
rekende vlug ; en daarbij genoegzame kennis van die vreemde
talen, om er spoedig de correspondentie in te leeren had,
welke er vereischt werden. Ik verlang vuriglijk nu maar naar
den uitslag mijner pogingen. Zoodra ik, van geplaatst te
worden zekerheid heb, zal ik onmiddelijk kennis n daarvan
geven. Intusschen hoop ik, dat gij spoedig eenig antwoord
mij zenden zult, om eens ook te vernemen, wat gij zegt van
mijn besluit.
Als altijd ik noem mij
Uwen vriend.
6.
Er werd in een gezelschap van Letterkundigen eens een
oud handschrift onderzocht. De meesten daarover zeiden hun
gevoelen, en maakten zeer geleerde aanmerkingen, en bleef,
niettegenstaande al die aanmerkingen der groote vernuften,
het stuk ja duister, onverstaanbaar. In dit gezelschap bevond
ook een jong officier zich, die, na met aandacht te hebben