Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
'1.3
3.
Veruolg.
Die weienschappen , wier onderwerp zelf aangenaam , be-
vallig, belangrijk is , schijnen hieromtrent noodwendig veel
vooruit te moeten hebben. De bekoorlijke Sterrenhemel, de
lagchende groenende Kruidtuin zijn zeker aanlokkender en be-
valliger, dan de lillende spieren van het dierlijke ligchaam,
op de tafel des ontieders uitgestrekt. Gevoelt die , welke
zich op de Letlei'kunde toeleggende, zijnen geest verlustigt
in de schoone tafereelen van oude Dichteren en Redenaren,
niet een grooler, een levendiger genoegen, dan hij, die met
denzelfden ijver, denzelfden uitslag, denzelfden roem, aan
de uitgave van eenen ouden Grammaticus of Metaphysicus
arbeidt ? Er is geene wetenschap , of zij heeft hare enthu-
siasten, hare martelaars gehad; dochdeéénein grooteraantal
en in sterker graad dan de andere. Zouden Sterre- en Kruid-
kunde hier niets boven Ontleedkunde, bij voorbeeld, vooruit
hebben ? Zou men de hartsloglelijke liefde, welke zoo vele
kruidkenners van professie voor himne wetenschap gevoelen,
die bij Rousseau, en zoo vele andere Dilettanten zoo sterk
werkte, niet aan deze oorzaak ten deele mogen toeschrijven?
Hoe verre gaan in dit opzigt fraaije Letteren en inzonderheid
de Kunsten niet de afgetrokkene geleerdheid, de zoogenaamde
Eruditie te boven! P. Nieuwland.
In de volgende Opgaven moeten de fouten in de Woordschikking
aangewezen en verbeterd worden.
Geachte vriend,
Gij zult zeker wel zijn verwonderd , dat ik in zoo lang
geen tijding u van mij gezonden heb. Zonder nu mij op te
houden met de gewone verontschuldigingen van hen, die zijn
slordig in het brieven schrijven en nalatig, zal ik maar da-
delijk de ware reden u mededeelen. G'y moet dan weten,
dat ik heb zitten blokken, sedert drie weken en eene halve,
dag en nacht, om in het boekhouden mij te bekwamen, en
in de Engelsche en Hoogduitsche taal. Er is namelijk op
eender voornaamste kantoren voor mij alhier als boekhouder
en correspondent in genoemde talen, om geplaatst te worden
gelegenheid op goede vooruitzigten. Gy zult wel staan ver-