Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
Voeg tevens daarbij die aanmerkingen, welke naar de taalre-
gels , die gij geleerd hebt, daarop te maken zijn.
Geene beweegreden zou edeler ziju om zich aan eenige
kunst of wetenschap toe te wijden, wanneer men zich tot ver-
scheidene even vatbaar en even geneigd vindt, dan die, welke
ontleend wordt uit haar algemeene nut en haren invloed op
het welzijn der menschelijke zamenleving. Doch ik twyfel
ten hoogsten, ofwel iemand immer door deze reden in zijne
keuze alleen of voornamelijk bepaald is. Wij zyn allen zeer
wel te vreden, wanneer de oefening, waaraan wij om andere
redenen onze vermogens toegewijd hebben , tot die nuttige en
noodige klasse toevallig behoort, het streelt onze eigenliefde
onontbeerlijke leden der maatschappij te wezen ; doch wij
denken er zelden om , eer wij zulks bij ondervinding gewaar
worden. Ook de maatschappij van hare zijde maakt zich dik-
werf aan onbillijkheid ten dezen opzigte schuldig, trekt zoo-
genaamde schitterende talenten aan stiller en in zich zeiven
waardiger kundigheden voor, en stelt ook hier, gelijk in zoo vele
andere gevallen, het aangename en blinkende boven het nuttige.
2.
Vervolg.
Veel vermogender dan deze, werkt de prikkel van inwen-
dig genoegen en zelfvoldoening, die wij bij het beoefenen
eener wetenschap of kunst gevoelen. Tevens is die werking
zuiver, edel en bestendig; zij vermeerdert naarmate wij ver-
der vorderen. In zoo verre alle oefening van geest aange-
naam is, in zoo verre wij altoos liever iels doen, wat het
ook zijn moge, dan ledig z'yn, staan alle wetenschappen
hieromtrent gelijk; zy brengen in dit opzigt allen iels lot het
geluk harer beminnaren toe. Maar de graad van datgeluk is
geheel verschillende, hij is het althans in hel oog van eenen
derden onparlijdigen beschouwer, immers, in zoo verre dat
genoegen wederom van elks bijzonder gevoel, van elkseige-
ne geestgesteldheid afhangt, laat het zich door niemand be-
oordeelen, dan door dien, welke het zelf ondervindt, en die
juist daardoor niet in staat is om eene behoorlijke vergelij-
king te maken. Wij kunnen er dus slechts in het algemeen
over spreken.