Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
16.
Die zijne wijsheid met het verleggen van zijne aanteekenin-
gen, of met het verlies van zijne hoeken , kwijt kan raken,
is by mij de wijze niet; en hy is nog niet deugdsaam, die
een volledig samenstel van zedekunde in zijn geheugen heeft.
Neen, gelijk de zetel van mijn deugd mijn hart moet zijn ,
zo moeten mijne kundigheden en denkbeelden niet zijn in
mijne aanteekeningen, maar in mijn hoofd. Ik gasterven, en
naar het andere leven verzeilen mij noch boeken , noch aan-
teekeningen ..................
en daarom ben ik niet te vrede, ten zij ik in ditopzigt zeg-
gen kan: Ik draag alles bij mij. II. van Alphen.
17.
Na nog twee dagen te Bern vertoefd tehebben , vervolgde
Lijnslager met den Engelschman zijnereis naar Lucerne, eene
vrij groote doch niet zeer bevolkte stad, maar die zich voor-
tretfelijk , vooral aan de zijde van het Lncerner Meer opdoet.
— Een zeer oude toren vertoont zich op eenen kleinen af-
stand , van welken de Lucerners verhalen , dat hij eene soort
van vuurbaken geweest zou zijn, waarvan de stad Lucern ha-
ren naam ontleende. Lijnslager en de Engelschman, hoezeer
zij zich vermaakten met de uitnemende verscheidenheid van
gezigten , welke Lucern aan hen opleverde, waren byzonder
begeerig, om den Rigiberg te bestygen ; en dadelijk onderna-
men zij daags na hunne aankomst te Lucerne bij het uit-
muntendste weder, dat zich denken laat, van een'gids verzeld
het beklimmen van dat hoog gebergte, dat zich duizende
voeten boven de oppervlakte van het Lucerner Meer verheft.
Schoon hier en daar het klimmen moeijelijk viel, vonden zij
eene groote vergoeding in de afwisselende trotsche gezigten
en de zuivere lucht der bergen. A. Loosjes. Pz.
VIL OEFENINGEN OVER DE WOORDSCHIKKING.
1.
Verdeel de volgende Opgaven in voorstellen, en zeg van elk
voorstel, welke «oordschikking daarin gebruikt is, en waarom ^