Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Zij komen van Amsterdam, en brengen ons tijding van
onze vrienden.
Wij hopen, dat zij met dit werk vóór Zaturdag zullen
gereed zijn.
Hy stond vóór de deur, maar durfde niet binnen gaan.
Zoo gij morgen voor mij het woord wilt doen, dan zal ik
op een' anderen tijd zulks gaarne voor u doen.
Laat een ander voor u gaan; waarom zoudt gy u voor
zulk eene kleinigheid zooveel moeite geven ?
Volgens het algemeene gevoelen is de oorlog onvermydelijk.
Zy hebben volgens mijn bevel gehandeld.
W^ij zijn het wegens die zaak niet eens.
Wegens dien kani zullen zij hun doel nooit bereiken.
45.
Beproef eens in de volgende voorstellen de daarin voorko-
mende voegwoorden naar liiinne soort te onderscheiden, en te-
vens den aard der verbinding op te geven.
Zij hebben de duisternis liever gehad dan het hebt, dewijl
hunne werken boos waren.
De zoogenoemde wijzen, zoowel als de zoogenoemde dwazen,
bezitten eigenliefde; de eerste dikwijls nog meer dan de laatste.
Ik twijfel, of gij op den regten weg zijt.
Indien dit zoo is , dan zullen wij andere middelen moeten
aanwenden , opdat wij niet ten laatste bedrogen uitkomen.
Ten einde zeker uw doel te bereiken, moet gij dit middel
aanwenden.
Niet slechts uit eigenbaat, maar ook veelal uit nijd zoekt
men een ander te benadeden.
Niet alleen met uw geld, maar vooral met uwen tijd moet
gy spaarzaam zijn.
Bezin, vóór gij begint; opdat gy geen reden hebbet, om
uwe overijling te betreuren.
Des waerelds zoetheid is een pleisterplaats, niets meer.
Gij, Pelgrim , leg er 't hoofd in uw vermoeidheid neêr :
Vraag water; vraag een' dronk , die't hart u moog verfrisschen;
En nuttig er uw brood met dankbaarheid en lust.
Maar leer, terwyl gij 't smaakt, dat zoet te kunnen missen!
In 't voorwerp van uw reis verwacht u beter rust. TV. Bilderdijk.