Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
5.
Zeg van de onderstaande werkwoorden, om welke reden sij
onregelmatig zijn : \
Brengen, kunnen, werken,
denken , moeten, willen,
doen. mogen, zien,
gaan , slaan, zijn,
hebben , staan, zoeken, •
komen, vragen, zullen.
koopen, weten, 6. volgende werkwoorden
Teeken bij de aan, met welk hulp-
woord zij hunne verleden tijden vormen; en in welk geval som-
mige nu Hebben en dan Zijn als hulpwoord vereischen.
Bederven, komen , staan,
beginnen, liefkozen, sterven,
bevriezen, naderen. uitgaan,
bewegen, ontgaan , vallen, i
blijken, ontmoeten , vergeten,
gaan , ontslapen , verliezen.
gelukken, ontvallen, volgen, '
gewaar worden, ontspringen, voorkomen,
groeijen, ophouden, wandelen,
hinken, overkomen, zetten,
klauteren, overvallen, zingen,
klimmen, smelten , zitten.
7.
Geef van de volgende bijwoorden op:
1. tot welke soort zij behooren;
2. of zij stamwoorden, afgeleide of zamengestelde woor-
den zijn;
3. welke daarvan als bijvoegelijke naamwoorden gebruikelijk
zijn, en hoe zij dan geschreven worden.
Aanstonds,
altijd,
altoos ,
barsch ,
behendelijk ,
beneden,
blindelings,
boven,
daags,
daar.
dadelijk ,
dagelijks ,
diefsch,
dikwijls,
doodsch,