Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
peinzen, stroomen, worden,
zegenen, zijn. zorgen,
zien, zinken, zullen.
3.
Schrijf ran de onderstaande werkwoorden den 3. pers. en-
kelv. ran den tegenicwrrdigen tijd der aant. wijze , den betrek-
kelijk tegenwoordigen tijd en het verleden deelwoord, met bij-
voeging ran de klasse, waartoe de mtgelijkvloeijende behooren.
Afbeelden, beeten , melden,
antwoorden, houwen, meten,
bakken, jagen. neigen,
bedenen, juichen , nijgen,
binden, kluiven, ontginnen.
blijven, lagchen, plegen,
dooden, landen, praten,
dui-ven, leggen, raden,
eten, liggen, roeijen,
gelden, loopen, scheiden ,
geven, loten, schenden,
graven, malen, 4. scheppen.
Vervolg.
Schaden, varen. waaijen ,
scbreijen, vasten, wasschen,
schrijden, vatten, wassen,
schudden, vechten, weven,
spannen, verachten, woeden,
spinnen, verbazen, worden,
stelen, vermoeden, wreken ,
sterven, verontrusten, wrijven,
tasten, verwachten, zeggen,
tijgen, verzachten, zetten,
trachten, verzinnen, zieden ,
treden, vlieden, zijgen ,
treffen, voeden, zitten,
uitbreiden, vouwen, zouten,
uitspuwen. vragen, zuchten,
vallen, vriezen, zwerven.