Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
en in dewelke de taal haar in heur eigenaardige zachtheid en
liefel'ykheid vertoont.
14
Een aantal van woorden , welke bij ons verloren gingen,
zijn in de Vlaamsche dialekt bewaard gebleven , en leven daar
in h— oorspronkelijke' kracht voort. Bijzonder is dit het ge-
val met afleidingen en zaraenstellingen, van dewelke wij er
eenig— willen opgeven. Als zoodanig hebben wij uiteen—
enkel— auteur slechts eenige woorden opgeteeketid. Later
hopen wij op ander— terug te komen.
Aenrcde voor toespraak of aanspraak. Dit woord heeft wel
niets bijzonders in zijn vorm. Veelligt zal het als wat duitsch-
achtig b'y ons aangemerkt worden, en toch meenen wij dat
aanrede d— voorkeur verdient boven ons— aanspraak; het
is naar ons— meening meer deftiger, en daarom meer over-
eenkomstiger met deszelfs beteekenis. Met lette slechts op
d— tweede— lid van het woord. Even zoo hebben wij geen
antipathie, maar veeleer sympathie met het woord afdrijven,
in d— zin van afwijzen. D—leerling beproeve eens het meer
krachtigere van dez— woordvorm aan te wijzen. Wij zullen
hem voor dat de passage mededeelen, uit hetwelk wy dit
woord opteekenden.
Zij , onverbiddelijk in haren haet tegen de Vlamingen zynde,
dreef het gebed van den vorst met trotschheid af.
Conscience.
15.
Wij willen tot slot dezes oefenings nog eenige woorden op-
geven , en d— leerlin^n verzoeken, haar— krachten te be-
proeven , om ook van deze— het eigenaardigen aan te wij-
zen. Zij toch , welke niet bloot de spraakkunst beoefenen,
om geen— domme foulen in derzelver schreven te maken,
kan zulke oefening niet onwelgevallig zijn. Wij geven dan,
hetgeen wat wij in d— eerste oogopslag in onze aanteekenin-
gen vinden ; als beliefte voor welgevallen; van dezelve is de
afleiding van believen gelijk aan die van onze gedachte van
denken, onze gewoonte van wennen, enz.; beloochening -vslii
loochenen, en gebezigd in d— zin van iemand tot een — leu-
genaar maken ; beternis, voor de Hollandsche beterschap, en