Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
king d— Fransche taal en letterkunde in d— contreeën,
■welk— meer in d— nabyheid -van Frankryk gelegen zijn,
en die, vooral tydens d— Bourgondisch— regering, onder
d— invloed d— Fransche taal stonden. D— Vlaamsch — dialekt
draagt tot heden toe d— duidelijk— sporen van di—inwerking,
zoo wel in d— woorden zelf—, als in d— constructie d.
i. d— w'yze van dezelve te schikken en te verbinden. Het
Hollandsch bleef meer van d— Fransch— invloed vrij , en
zoo al te een— of ander— tijd d— zucht naar d— vreem-
de zich ook op d— Hollandsch— bodem vertoonde, dezel-
ve was d— letterkunde meer dan d— taal zelf— nadeelig;
hoewel hij ook somtijds een— min gunstig— indruk in d—
laatst— naliet.
10.
Het Nederlandsch en Vlaamsch maken dus naar ons—
dunk zamen een— taal uit. Hoewel d— laatst — met d—
eerst— geen— gelijk— voortgang in z— beschaving heeft ge-
houden, en in enkele opzigten een—vreemd—tint vertoont,
bezit hetzelve toch ook haar eigenaardig schoon; een—
kracht, originaliteit en naïveteit in uitdrukking, di— het
meer beschaafdere Hollandsch wel eens mist. Het ware dan
onredelijk, en tevens ten prejudice voor d— taal zelf—,
wanneer men het Vlaamsch, als onzer vreemd, miskende,
en Nederlandsch taal naar zyn overwegend dialekt uitsluitend
d— Hollands— taal noemde.
11.
Uit d— bovenstaande is ook genoegzaam af te leiden,
waarom ons— taal evenmin d— naam van Nederduitsch—
past. Immers kan men onder di— naam even goed d— an-
dere talen van d— Nederduitsch— tak verstaan? Zoo nu
Engeland , Zweden , Noorwegen , Denemarken , ja zelfs IJsland,
hare talen d— naam geven naar het land, waar dezelve ge-
sproken worden, waarom zou Nederland dat ook niet doen.
Maar dan kunnen de Vlaming— h— spraak ook wel' d—
Belgisch— noemen , zal men misschien zeggen ? Wij meenen
daarop te mogen antwoorden , dat België, wat haar—tegen-
woordig— naam in d— rei der staten ook zijn moge, toch
altijd Nederland blijft, en al scheidde zij haar in het politieke
S