Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
zien, dat in sommige der bovengenoemde ivoorden ivel eens fou-
ten zijn ingeslopen, waarvoor hij niet door een streepje getvaar-
schuwd is. Noodelooze bastaardwoorden moeten door Neder-
landsche vervangen worden.
Het is nog altijd een—zekeren strijd, welk—naam ons— taal
eigenlijk dragen moet. D— een— noemt h— de Nederduit-
sche , d— ander— de Hollandsche, een— derde weder wil
h— de Nederlandsclie genoemd hebben. Wij geven aan d—
laatst— naam d— preferentie, en zullen kortelings d— re-
de— ontvouwen , waarom wij di— naam boven d— ander —
verkiezen.
Dat ons— taal van Duits— oorsprong is, weet men. D—
duits— taal nu splitste haar in twee hoofdtakken, di—men
het 0{>perduitsch en het Nederduitsch noemt. Het eerste ging
langzamerhand door een—beschavende beoefening in het te-
genwoordig—Hoogduitsch over. D— Nederduits— tak ver-
deelde zich in twee zijtakken , d— Kimbrisch— of Skandi-
navisch— en d— Saksisch—.
8.
Van d— eerst— of Kimbrisch— tak ontstonden ver-
schillend— zelfstandig— talen, welke, h— namen dragen
naar de landen waar dezelve gesproken worden , als: het
Zweedsch , Noorweegsch , Deensch, Friesch en IJslandsch.
Uit de Saksisch— zijtak werden de Engelsche en Ne-
derlandsche talen geboren; terwijl in Noord-Dnitschland
door inmenging van het Hoogduitsch, en door gebrek aan
letterkundig— beschaving, d—Saksisch— tak haar eigenlijk
karakter verloor en tot het zoogenoemde Platduitsch verviel.
D— Engelsch— taal daarentegen kreeg aan d— een—kant
door d— invloed van d— naburige Skandinavische talen , en
aan d— ander— zijde door d— herhaalde vreemde overheer-
sching, di— Engeland heeft ondergaan, een— bijzonder—
vorm, waarvan d— ontwikkeling buiten ons— onderhavig
onderwerp ligt.
9.
D— Nederlandsch— taal verdeelde zich bij deszelfs ont-
wikkeling al spoedig in twee hoofddialekten , het Hollandsch
en het "Vlaamsch. Dit was vooral een gevolg van d— inwer-