Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
40.
Nog eens bij de volgende werkwoorden.
Kastijden, verkwikken , kunnen,
kennen, uitviiiden , plegen ,
bidden , verdedigen , koken,
aaiitoonen , aan kweeken, behagen.
besmetten, aanschouwen, gissen ,
; lasteren, afbeelden, afdanken.
ontwennen, praten. begeeren,
meenen, dragen. vergissen,
maken , beteekenen, verschalken,
verbazen, ontbreken, begrijpen.
11.
Beproef eens de verschillende beteekenissen op le geven, waarin
de onderstaande homonyme naamwoorden kunnen voorkomen.
Aas, ambacht, anker,
baai, bak. balie,
bank , bas, been,
beer , bei'oep, beslag,
beurs, blaar, bek.
bout, buis, dissel,
draf, duim , fluit.
gast, gebod, geregt,
golf, graad, hart,
helm , borde, kaak,
kapel, kapittel, kat.
keel, keur, klink,
klinker, knaap, kollegie,
kool, kop. kraan,
kuur, kwast, lid.
lijst, maan, mijt.
minuut, mol, monster.
12.
Vervolg.
Nadruk, nagel, oord ,
pand, partij, rede,
register, reis. riem ,
roede, rol, schaar,