Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
8.
Tot eene algemeene kennis van den Mozaiseben Godsdienst,
behoort ook die der offeranden. In derzelver oorsprong waren
zij bewijzen van dankbaarheid aan het Opperwezen, aan 't
welk men een deel van het geschonkene wildé terug geven.
Daarna waren het ook uiterlijke plegtigheden , die het werk
der statige aanbidding vergezelden. Later begon men van het
vleesch der geofferde dieren slechts een gedeelte op den altaar
te verbranden , en uit het overige maaltijden aan te rigten,
aan welke men aanzat met godsdienstige vreugde. De soor-
ten der verschillende offeranden , en in welke gevallen elk
derzelve moest gebezigd worden, zijn door Mozes zeer zorg-
vuldig beschreven, en maken een aanzienlijk deel zijner wet-
geving uit. J. II. van der Palm.
9.
Zoo gij niets in uwe jeugd vergaard hebt, zegt de schrij-
ver van het boek der wijsheid, hoe zoudt gij dan in uwen
ouderdom iets kunnen vinden ? Integendeel, een' verzamel-
den schat van nutte kundigheden te mogen overzien , is bal-
sem voor de ziel, en verspreidt eene kalmte in ons gemoed,
die door het bulderen der stormen in den winter onzes levens
niet kan worden afgebroken. Met een paar meesterlijke trek-
ken , schildert een tiebreeuwsch dichter ons zulk een eer-
biedwaardig man. Hij is als een boom, geplant aan de wa-
terhoeken, en zijne bladeren vallen niet af. (1)
J. Lublink , de Jonge.
10.
De bedaarde Staatsman.
Terwyl de Staatsman Just, met ingespannen zinnen,
De rampen overdacht van 't lijdend Vaderland ,
Stoof Griet, de kreuple meid, verschrikt, zijn schrijfcel binnen.
En gilde: ach, meester! help! de keuken staat in brand!
Gij kunt, was't koel bescheid, mijn vrouw dit kenbaar maken,
Ik steek mij niet in keukenzaken.
J. Immerzeely Junior.
(1) P.alni 1 : 3.