Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
genstanders moest vinden. Het motief daartoe lei bij de een
misschien dat hij wel wat boos was, dat men hem niet tot
zulk een taak had gekoozen gehad; bij de ander dat hij toch
graag wilde tonen te veel eigen brijn en eigen wil te bezitten
om niet aan de lijbant van een ander te lopen; een derde
misschien omdat hij in gemoedelijke overtuiging verkeerdet,
dat in de punten, waarin hij verschillen te moeten meende,
de taal in zyn hartaader gekwetst was, geworden geweest en
dat hij zich moreel verpligt vond om er het harnas tegen
aan te trekken. Hoe dit zijn mag, de gewenschte eenparig-
heid bleef onder de zoogenoemde vrome wenschen, en ter-
wijl men vreede bat met de vaststelling van de spraakkunsti-
ge gronden onzes taal, bleef men aan het haarklooven over
de form en de naam der figuuren, met dewelke het gesproo-
ken woort moest afgebeelt worden. Volgends ons inzien is
de eenpaarigheid van spelling voor de taal van groot belang,
maar daarentegen verschil van gevoelen in zoo ondergeschikt een
zaak, als de spelling is, van te weinig gewicht om er zooveel
geharrewar om te maaken. En wij geloven, dat het vrij wat
Verstandiger zou zijn om elkander in de spelling te verstaan,
en daartegen de constructie, de keus van woorde en de vorm
van uitdrukking wat meer vrijheit te laten.
93.
Wij hebben in deze schets de beide hooftdialekten der Ne-
derlandsche taal zooveel als doenlijk was in hare ontwikke-
ling gevolgt. Wij hebben trachten aan te toonen, dat Hol-
landsch en Vlaamsch geen verschillige taaien zijn, maar bei-
den één, dat zij in ondergeschikte punten eenig kenmerkent
onderscheit moogen tonen ; maar dat zij in de hooftzaak za-
men de Nederlandsche taal uitmaken , en dat, welke andere
reedenen ook een kloof tussen Zuid- en Noord Nederland ge-
graafd hebben, de taal den bant blijft, dewelke beide veree-
nigt. En de laatste jaaren getuigen het. Een vereenigd
werken , een gemeenschap]iel'yk streeven naar een zelfde doel
hebben de zoogenaamde Taalkundige Congressen daargestelt,
waarby de belangen , niet van Vlaamsch of Hollandsch, maar
van Neerlandsch taal door ijverige belangstellende kundige