Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
lU
tot dat de eerste geestdrift daarvoor wat bekoeldde. Willems
hat de satisfactie het resultaat van zijne arbeit, dat hij zich
tot het doel van zijn leven gestelt te hebben scheen, nog voor
zijn doot te zien uitkoomen. De Vlaamsche taal en zijn let-
terkunde begon eindelijk bij onze Zuidelijke broeders meer-
der belangstelling te vinden. Toen men vrij was in zijn
keuze verachte men niet meer, hetgeen vroeger als opge-
dringt, gehaat waar. De Vlaamsche digters trachteden zig na
de Noordnederlandse te vormen. Genootschappe ontstonden
om de Vlaamsche taal te beschaave.
82.
Een waardige opvolger van Willems vind Belgien in Hen-
drik Conscience, waaraan haar letterkunde de grootste ver-
plichting heeft. Hoewel dezelve zig uitsluitent op het roman-
tische vak toeleit, en vooral uitmunt in de historische roman
zo is hij toch met geleiken zugt voor de vlaamsche vooruit-
gang bezielt als zijn voorganger. In het laatste vak heeft hij
zijn meesterstukken de Zeeuw van Vlaanderen en de Boere-
kryg geleevert.
Als voorname letterkundige moete nog aangehaalt worde
Ph. Blommaert, J. F. J.Heeremans, Peeters,Eug.Zetterman
(eigentlijk Jozef Diricksen)_en vooral de door ons so meenig-
maal aangehaalde F. A. Snellaert, een man, die zich in
zijn Schets eener Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde
als een grondig kender en een scherpzinnig beoordeelder van
hetgeen hetwelk Nederland in de Poezy heeft opgeleevert en
tegelijk teevens als eenen bevalligen en boejenden schrijver
doet kenn en.
Zoo wij bij deeze korte uitwijding over onze zuidelijke taal-
genoten met de proza beginnen is dit niet, omdat zij geen
digters bezitte die genoemt verdiene te worden; integendeel
de Vlaamsche poezy vertoond ook een jeugdig leeve, dat
rijke uitkomste belooft, en voorzeeker komen daarin van
Duyse, van Ryswyck , Rogghé , Pelsers, Snieders, Dautzen-
berg, Cracco en velen andere een eerenvolle vermelding toe.
Wij noemden Conscience het eerst vooreerst als den vrugt-
baarste schrijver, de grote voorstaner der Vlaamsche taalbe-
weeging, ten anderen om met een korte aanhaaling van het