Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
MO
verfaardigt in Hexameeters, in welle soort van digtrant hij
den eenige is in onze taal die gelukt heeft.
Tlians zijn wij genaadert aan diegeenen onzer dichters die
als de waare herstelders onzer letterkundigen roem moetten
beschouwd worde. Wij bedoele Rhijnvis Feith en Willem
Bilderdijk. Den eersten, geb. 1753, overl. 1824, heeft in ver-
schillende opzichte de letterkunde grote diensten beweezen ,
en verdienden daarom dat wij uw hem meer in byzonderheede
deede kennen. Doch het zouw uw misschien nog moejelijk
vallen om datgene, wat de digtsoort en den gehelen aanlech
van die digter kenschest te kunne bevatte. Den heerschende
toon in de letterkundige voortbrengselen van die digter en ook
van de tijt in dewelke hij voornamelijk bloeiden , was het sen-
timenteele, dat is in korte woorde gezecht: een onverstandige
overgevoeligheit, het was een zeenuwachtigheit, een koors-
agtige toestant, in welke de beschaafde maatschappij verkeer-
den , waardoor zij zig zelfs en de weerelt om haar geheel an-
ders beschouwden als zij werkelijk waaren. Evenvvel had zy
ook zijn goede zijde daar zij het zeedelooze, het grof zinne-
lijke uit onze letterkunde verbanden. Niettegenstaande deze
sentimenteeligheid, dat ten dele op sijn voortbrengsels invloet
heeft gehat, heeft Feith zig getoond eenen digter van de ver-
heventste aanleg te zijn. Zijn treurspeelen Thirsa, Johanna,
Gray en hies de Castro zijn, wat kunst en aanlech betreffen
meesterstukken. In de bundeji van evangelische gesangen bij
de gereformeerde eerdienst in gebruik zijn de heerlijkste lie-
dere van Feith afkomstig. Ook in het leerdicht heeft hij
chefd'oeuvres geleevert: de Ouderdom, de Eenzaamheid, de
Wereld, en boovenal het Graf. Verder heeft men van hem
Oden en Gedichten; Verlustiging van mijnen Ouderdom en
verschillenden letterkundige en filosofise werke en bekroonden
Verhandelinge.
78.
Willem Bilderdijk, geb. te Amsterdam in het jaar 1756,
seedert 1782 avokaad in de Haag, was een man , dien zig in
alle opzigte wat letterkunden en geleertheit betreffe, verhefte
boove zijn tijt. Eerst was hij den vrient van Feith doch laa-
ter ten gevolge van staatkundige inzichte ontstont er verwei-