Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
Leyden; Gedichten; Vaderlijk afscheid; en andere van min-
der allooi; beneevens zijn Natuurlijke Historie van Holland ,
een in ettelijke opsichte seer verdienstelijk werk. In zyn
taal is hij niet altyt zeer gekuist; dog ontbreekte het hem
niet aan digterlijk gevoel.
Thands ontmoet gy , een ouden kennis, waarvan gij zeeker
gaarne noch eens zult willen spreeken horen. Het is den
vrient der jeugt, de beminnelijke digter, die uw in uw eer-
sten jaare reets toezong en zoo meenige nuttige zeedeles op
een zo aangenaame weize in het gemoet drukte en die
wij hoopen dat u nog dikwijls voor de geest komen; den
dichter waarvan gy reeds aan de kniejen uws moeders leerde :
Zou ik om een handvol pruimen
Ongehoorzaam wezen ? Neen !
Zoo wy de naam nog noemen van Hieronymus van Alphen
het is alleenlijk kortelijk noch te zeggen dat hij te Gouda gebo-
ren is ten jaare 1746, dat hij eenen dergeene geweest heeft,
welke de nederlantse poezy uit zijn dootslaap op heeft helpen
wekken, dat hij niet alleen gelukkig beoefener van de kuns^
waar, maar ook voor andere de weg helpte baane door sijn
Theorie der schoone Kunsten en Wetenschappen, en dat hij
de eerste en tot noch toe ongeëevenaarde kinderdigter heeft
geweest. Hy, die een der grootste geniën van syn tyt was,
zag men zijn uuren besteeden aan 't zeedelijk welzijn der kin-
deren , waardoor hij meer op de zeedehjke toestand der natie
eene gunstige invloet heeft gehat, dan meenigen bundel pree-
ken en verhandelinge. Van Alphen heeft Thesaurier-Generaal
der Unie geweest; buiten en behalve zijn kinderdichtjes heeft
hij nog geschreeve: Stichtelijke Metujelpoëzij, in vereeniging
met zijn vriend van de Kasteele; Nederlandsche Gezangen; Men-
gelingen in proza en poezy; Liederen voor den openharen
Godsdienst, en eenige anderen geschriften, Van Alphen over-
leedt in 1804.
77.
Pieter Leonard van de Kasteele, (Geb. 1748 overl. 1810)
behoordt onder de eerste digters van Godsdienstige gezangen.
Behalven de boovengenoemden Mengelpoezy heeft hij een ge-
deeltelijken vertaaling van de schotsen bards Ossian's zangen