Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
digtvuur voor zig deede uitgaan. Om egter zoo volledig moo-
gelijk te zijn zulle wij nu verder met een korte opgaave van
naame en werke besluite. — Wij vermelden dan na tijdorder
Petrus Frmcius, (Geboren 1G45. Overleden 1704) Hoogleeraar
te Amsterdam, dewelke als digter, maar vooral als proza-
schrijver eenige naam heeft gemaakt gehad. — Jan Luiken
(Geboren 1649. Overleden 1712) graveur van professie, heeft
Lierdigte, Minnezangen en stigtelijke verzen gemaakt; hij
was niet van geest en aanleg ontblood. — Lucas Rotgans
(Geboren 1654. Overleden 1710) waarvan de Boeren kermis en
eenige andere gedigte van vernuft en digtgeest getuigen. —
Arnold Hoogvliet (Geb. 1617. Overl. 1763) waarvan het hoofd-
werk Abraham de Aartsvader in XH boeken fikse getekende
passagies bevat. — Dirk Smits (geb. 1706. Overl. 1752) te
Rotterdam digter van de i?o«e«/room en andere stulcjens; voor-
al is bekent zijn : Lijkkrans voor mijn Dochtertje.
In de Zu'delijke Nederlande was den toestand der letter-
kunde jammerlijk. De pooginge die men daar aanwenden om
de volksgeest op te beuren , en zijn beschaaving te befordere,
wierde geheel verkeert gelijt. Maria Theresia stiebte te Brus-
sel een accademie van weetenschappe; maar zij die deeze in-
richting in werking brachte konden de taal des lands niet.
Het bestuur was in hande van Hoogduitse heren, waarvan
weinig te wachten was voor de behartiging der volkstaal,
daar zij het toen reets overheersende fransch boove haar ijgen
taal prefereerden. Het had ook eene zware taak geweest de
vooringenomendheid te verdrijve der grooten en vreemden
»tegen eene tael" zegt Snellaert, »welke men het nog niet
vergeven kon , dat zy des spaenschen alleenheerschers hoog-
moed had doen buigen." Genoemden schrijver betuigd
zelf dat hij verlegen zoude zijn om , met uitzondering van
den Jezuit van den Abeele, misschien nog niet eens'een
Zuidnederlander, en een gering getal spraekkunstenaers, éénen
tot de laetste helft der achtiende eeuw beboerend belgischen
schryver, bekwaem om zuyver zyne taal te schryven, op te
noemen.