Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
dus het begin van de twede alleen zo bepaalt op 1679 gestelt
omdat dat het sterfjaar van de Prins onzer dichters de groo-
te Vondel was, en na hem geen dichter in die tijt opstont,
die met zijn geest bezield was. In het jaar 1667 trad er een
dichter te voorschijn, die een groot bewonderer van de fran-
sche literatuur zijnde niet weinig toebracht tot deszelfs ver-
dervelijke invloet op onze letterkunde. Wij bedoelen Andries
Pels die in genoemden jare eene navolging gaf van de Ars
Poëtica van Horatius. Snellaert zegt van hem: »Met meer
laetdunkenheid dan genie bedeeld, bekwam Pels de voldoe-
ning dat zijne gevoelens in zaken van smaek de voorkeur ver-
kregen boven die van Antonides en Vollenhoven, Vondel's
niet onwaerdige volgers. Zoo waer is het dat mode en kui-
perijen weieens het gezond verstand, door de edelste neigin-
gen bijgestaen, te magtig zijn." Pels wiert het hooft van een
Hteraaris gezelschap, aan dewelke hij de naam gaf van Ml
volentibus arditum, onder wiens leeden sommige wel met goe-
de ijver behebt waare, om zonder de Fransche slaafsch te
volgen, het nationaal toneel te verbeteren ; doch hare poo-
gingen waaren niet machtig genoeg om teegen de stroom der
tyt op te vaaren. Onze letterkunde wert weldraa geheel na
het fransche model vervormt. Ook het zuiden, hoewel iets
laater werdt door die stroom meegesleept..
Hoewel datgene dat wy hier gezegt hebbende eigenlijk als
inlijding voor de volgende afdeeling hat moete diene, zo heb-
ben wij het toch liever aan het ijnde van dezen geplaatst
omdat wij de volgende liever onmiddelijk wilde aanvange
met een beschouwing oover de toestant en vorderingen der
taalstudie, welke, zoo als wij zien zulle in die t'yt aanzien-
delijke ^orderingen maakten.
derde tijdvak.
Tweede Afdeelinq van 1679—1766.
'63.
De achtiende eeuw, welke wy nu naadren, was voor de
letterkunde een tijtperk van stilstant of liever teruggank.
De dichters lagen zich wel toe op verfeining en beschaaving
der taal, maar paardden daarmeede een— overdreevene ge-
maaktheid en kunst bejaag, dewelke aan de natuurlijke een-