Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
voldoende om te minste de voornaamste bij naamekennen leere.
"Wij noeme eerst de Predikant Dirk Rafaêlz. Kamphuysen in
1586 te Gornechem geboren, in 1626 te Dockum overleeden.
Zeer ernstich, godsdienstig in zijn dichten dog somtijds hard;
zelf ruuw in uitdrukking. — Johan van Heemskerk, geb.
1597; overl. 1656, te 's Hage, Raatsheer in de Hooge raadt.
Zijn gedichten zyn geestig en afwisselent. — Jeremias de
Decker te Dord; geb. 1609 overl. 1666 zijn werk is zeer
beschaaft en vol gevoel. — Gerardt Brandt, eerst bestemt tot
horloziemaaker, lag zig op de letteren en de godsgeleertheit
toe, en wiert Remonstrans predikant. Hij heeft hem zeiven
zowel door zyn proza als poesy eene blijvende reputatie ver-
worven. Hij is in 1685 te Amsterdam, oud 59 jaar, overlee-
den. Ten slotte noeme wij de vermaarde digter van de Y-
stroom Johannes Antonides van der Goes die in alle opzichte
een voortreflijk dichter moge genoemd worden. Hij is in 1647
te Goes geboore, in 1684 te Amsterdam overleeden.
61.
Niet alleen was dit tytvak merkwaardig door de vorderingen
der letters, ook de uiterlijke welspreekentheid wiert, als ge-
volg der Taalbeschaaving met alle ijver beoefent. Het toneel
in het bezit der meestersstukken onzer grootste digters, er-
langden eenen vasterer vorm, zeer onderscheijden van de vroe-
gere vertoningen der rederijkers. Het was bijzonder de Oude
Kamer, in Amsterdam, die met de aldaar gevestigde braband-
sche en Vlaamsche kamers weteiverden in de opvoering hun-
ner tooneelstukken. Vooral vont hy in de Brabandsche ka-
mer de Lavendei-bloem, eenen waardigen mededinger en aan
denzelven komt de eer toe van de eerste stappen van Vondel
te hebben aangemoedigt en zoo de grondlegger van diens vol-
gende grootheid geweest te hebben. Coster, die wij boven
noemden , was eerst bevorderder der Oude Kamer maar rigte
vervolgens een nieuwe kamer op, die den naam van aAadmie
kreeg. Deze twee kamers werden laater, ten gevolge van on-
eenigheden, en door tusschenkomst, der steedelijke regeering
tot één gezelschap vereenigt en zoo heeft de Amsterdamsche
schouwburg ontstaan, naar welker voorbeeldt dusgelijke inrich-
tingen in andere steeden uit de kamers der Rederijkers
9