Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
12-1
Een mover met verlof; een ongelaeckt onschaecker
Een vreeslick Ambaehts-man een Wees en Weiliiwmaecker;
dewijl hij verrer spreekt van:
.... de rotte vrucht van bloed om goed le wagen.
zeid hij : "
Eer is sijn voeder niel ; verdient hy hel geluyd
Van wel doen en wel slaen , dal 's d'Overste syn buyt ;
Dal rocken-hoofl verswelghl wat menigh dusend spinnen;
Sijn loesien is verdienst ; sijn roekenen is winnen,
Hoe hiel de Roomsclie jeughd , Carlhago's val en vel?
De schrijvers welen 'iniel: 'twas Scipios beslel;
Die 'l stuck bekrahbelden , vergingen voor een ander;
Heel Macedonien heel heden Alexander.
Men Staad verbaast oover de naïefheid en verschijdenheit der
vergelijkingen , welke in die zedeprinten voortkoomen. Bijna
eiken reegel leeverd haast de stof op voor een halve reeden-
voering.
Eén opmerking zij ons noch vergunt. Wy hebbe deeze,
als boove gezegt is hooftzakelijk aangehaalt niet als proefen
van poesy, maar van gemakkelijckheit in behandelen van de
taal, deze blijk ook besonder uit de vele stafrijme die wij
bij hem aantreffe d. i. lettergreepe, welke in dezelfde regel
met denzelfden letter beginne, als:
Sijn Wil is ieders Wet; zijn Wet is ieders Wil
sijn Vrienden zijn Vreemd
soo Langh hij niet en Leeft
Sijn sieckten Seggen hem
Die Sonder Sout versmelt; Mensch, Menchelickst van allen
Soo Haest Hem 't Knevel—spits Komt luisteren in d'ooren
Dat Leidens Laffe Les sijn Langh bewandelt hooren
Enz.
60.
Een grote menighte digters die gelijktijdig met de groote
mannen , waarvan wij zoo even gesproke hebbe gehat, hebbe
geleeft en gedeeltelijk na hun voorbeelde gevormt zich heb-
be , biet dit tijtvak ons noch aan. Een kort ooversight zij