Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
welke, ofschoon hij katholiek bleeve, tog voor de vrijheit van
gewisse de deege dorst te aangorden. Beneevens eenige toon-
neel stukke heeft hij ook eenige leerdigten gemaakt gehad,
als: den generalen loop der Werelt, Politycke onderwijz-inghe;
Pegasidcs Pleyn of den Lusthof der Maechden, dewelke aan
Cats de idé voor de trouwring zou moeten hebben gegeven.
Nimmer, zegt Snellaert, heeft een Nederlandsch dichtstuk
zoveel opzien verwekt noch opgang gemaekt dan het laatst-
genoemde. De brusselse jonge jufvrouwe, biedden de digter
eene lauwerkroon aan, en de vrouwe der hoofdstad belasten
iemand om de sanger te bewijroken. Den anderen digter
van ons bedoelt was Jeronimus van der Voort, eene antwerpenaar
dewelke na aan Alvaas vervolging te zijn ontkoome , in het
leeger van den prins diende , en van welke hij alle de tochten
bijgewoont heeft gehat, bijsonder heeft hij geduurende zijn
krijgsmanne-carriére geschreeve het heerlijk bewijs van des men-
schen ellende en mizerie, e»3. dat zich onderscheid door diepen
kennis van des menschen harten, door een gesonde filosophie
veel beleezendheid en geschiedeniskunde en een energieke steil.
— Behalven deeze verdienden noch op te worden genoemt uit
de Zuit nederlanders Jan van der Noot, welke epigrammen
schreef op elke van de sestien boeke van Houwaert, waarvan hij
tijtgenoot was; Filips Numan, gehijmschrijver van Brussel,
daar hij overleet in 1617; Karei van Mander teMeulebeeke
bij Kortrijk gebooren in den jare 1548; te Amsterdam over-
lijdt in 1606. Dezelve was teevens een vermaart schilder,
over welke kunst liij een boek heeft geschreeven gehat; hij
digtte eenige treur- en blijspellen voor de Vlaamsche rheto-
rijken, voor wie hij tevens te gelijker tijde, de dekoraaties
schilderden. Wat wij laater van voornaame schrijvers in Bel-
gie aantreffen, die schreeve meest alle in 'tlatijn, wijl deze
meer vrijheit geniette als de landspraak. Wat voor deezen
nog geestdrift voede hat zig in noord nederlant terug getrok-
ken , en veel van de heerlijke bloei uit dit goude tijtperk on-
zer letterkunde was verschuldig aan de refugees uit Braband
en Vlaanderen.
58.
Dit zien wij reets in eene der reets genoemde van Baerle