Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
Ruilen Godl is 'i nergens veiligii.
lieiligii is hel hoogh gebodl.
55.
Wij hebben bij deze schrijvers eenigsins langer stil gestaan
omdat, zoo als wij reets al gezegd hebben , hunne werken de
vraagbaaken voor latere taaloefenaaren wierden. Zoo volgden
Sewel en Nijloe liefst Hooft; Moonen daarintegen waar een voor-
staander van Vondel. Hoogstraten boude zijn geslagtlijst der
zelfstandige naamwoorden hooftzaakelijk op het gebruik der
beiden schrijvers.
Het schijnt, dat Van dezen tijd af de overheersing van het
Hollandsch op de andere dialekten moet gerekend worden,
en wel bijzonder dat dialekt zich als de uitspraak van het
meer beschaafdere gedeelte der natie gevestigd heeft.
De groote welvaart dier gewesten door handel en zeevaart
moeten als de oorzaak daarvan beschouwt te worden.
Daar wij ons teevens met de geschiedenis der taal moetten
bezig houden kunne wij over de lettervrugten van vele andere
voortreffelijke vernuften van die tijd, gedeeltelijk uit hunne
scholen gesproten niet als slegts eeven gewaagen, als daar
sijn : een Heinsius, Anna en Maria Tesselschade , dogters van
Roemer Visscher, Coster , de stigter van het Amsterdamsch
toneel, een van Baerle of Barleus, die Willems aanhaalt, als
bewijs hoeverre de Hollandsche letterkunde de Vlaamsche
toen reeds vooruit was en zoo vele anderen. Alleen by Huy-
gens zullen w'y noch weeder wat langer vertoefen. Eerst egter
zullen wij van vader Cats , de — geliefde — volksdichter spre-
ken , dien men als het hooft eener andere school kan aan-
merken , niet zoo zeer om zijne bijzondere verdiensten wat
de taal betreft, als wel om zyn voorgang, in het leerdight,
in de — echte — volkstoon , waardoor hij het voorbeeld werd
waarnaar zich de dichteren in de zuidelijke Nederlanden vorm-
de. Daar was onder hun , die gewigt en aanmoediging aan
de letters geven moesten de nationaale taal in minacht geraakt
en door het Fransch verdrongen. De schoonheeden uit onze
meest grootste dichters, die meer voor de beschaafde klasse
genaakbaar waaren, bleeven daar onbekent. Slegts de min-