Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
Uil vreeze, in zwijm op 't aenzichl neder?
Wie is hel? noeml, beschrijft ons hem.
Met eene Serafijne veder
Of schort hel aen begrijp en slem ?
Welke verhevene denkbeelden en-wat voor een schoone taaU
Men zou haast Iwijfele of die Engele woorden dooreen mensch
konden bevat worden. Voorzeeker bleef zij tot hier toe onoover-
troffen en zullen misschien nooit overtreft worden, tenzij
wellicht door de digter zelfs. Laaten wlj daartoe noch de —
tegenzang leezen.
54.
Tegenzang.
Dal 's Godt. Oneindig eeuwigh Wezen
Van alle ding, dat wezen heeft
Vergeef hel ons, ó noil volprezen
Van al wat leeft of niet en leeft,
Noil uilgesproken , noch le spreecken,
Vergeel' hel ons, en schelt ons quijt
Dal geen verbeelding, long, noch teeken.
U meldsn kan : ghy waert, ghy zijl,
Ghy blijft dp zelve. Alle Englekennis
En uitspraeck , zwack , en onbequacm , *
Is maer ontheiliging, cn schennis:
Want ieder draeght zijn' eigen naam.
Behalve ghy. Wie kan u noemen
By uwen Naem ? wie worl gewüjt
Tot uw Or?kel ? wie durf roemen?
Ghy zijt alleen dan die ghy zijl,
U zelf bekent en niemant nader.
U zulx te kennen, als ghy waert
Der eeuwighe den glans en ader;
W'ien is dat licht-gcopenbaerl ?
Wien is der glansen glans verschenen?
Dat 7ien is noch een hooger heil.
Dan wy van uw genade ontleenen;
Dal oversclirljdl hel perck en peil
Van ons vermogen. Wij verouden
In onzen duur; ghy nimmermeer.
Uw wezen moet ons onderhouden.
Verheft de Godlheidt; zingt haer eer.
Toezang ,
Heiligh, heiligh, noch eens heiligh,
Driemael heiligh: eer zy Godl.