Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
Italië , waar hij in den omgang met de schitterendste vernuf-
ten dat zachte, zoetvloeijende en bevallige zich eigen maak-
te wat bij geen Nederlandschen dichter voor hem gevonden
wordt. Zijn geheele leven was aan de beoefening der letteren
gewijd. Zijn verblijf was het vereenigingspunt voor alle letterlie-
venden van zijn' tijd, en een ware oefenschool voor dicht-
en letterkunde.
Uit zijn talrijke werke, dien in eene uitgaave verzaamelt
zijn noemen wij: zijn minnedichten, treurspellen , het leeven
van Hendrik de groote kboning van Frankrijk en van Navarre
vertaling van de werken van ïacitus en vooral zijn Neder-
lantsche histoorien. In zijn poesie, vooral zijn Sangen
heerscht een bijzondere lieflijkheit zoetvloeijenheit, zijn treur-
spelen zijn weiniger gekuist, zoowel wat der taal als der
kunst betreft. Het valt ons zwaar om uit zooveel voorraat
een keus te doen, en toch kennen wij zich niet weerhouden
om en van zijn proza en van zijn dichtkunst iets ooverne-
men. Wij kieze uit de eerste het volgende :
50.
Dwingelandij van Alva.
•Voorwaar, hoe ik dil en gelijk beloop dieper inzie, hoe ik min
gronds in de oordeelen Gods vind ; en de tuimelende ongestaadig-
heil der menscbelgke zaakeii in allerley bandel mij meer voor de
ooglien komt. Dal een volk, zoo bloeijende in konsten en wel-
vaart, een eedeldoom , zoo trots ter waapen , gemeente zoo moedigh
op haar' vrijheit, dien onlanx de pracht eens Cardinaals van Gran-
velle wee in het oogh deed, zich nu, van den snoodste en eer-
looste der aarde, den buik laai intrappen; dal een stuk rabauts ,
met landt en luiden door geweldt; met den dwingelandt zelf , die
.alles van hem verslaan wil, door ooghbeguighehng, naar zijn'
datielheil, omspringt; met bun goedt , lijf en leeven, min nochl
meer dan met lorren, speelende. VVanl wien , in alle gewesten ,
waggelde 'l hooft op den halze niel, daar men dus eenen voel
van rechten en rechtsvordering volghde ? Daar zaaken van 't
laatste belank, zonder aanschouw van plaats oft booven, daar ze
onder gevallen waaren, zonder uitvlucht van beroep lol hoogher
vierschaar, oft naader ooverzight, bij twee oft drie schudden, alle
ziende naa den mondt van eenen Vargas, gesleeten werden?"ens.