Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
48.
Genoeg om oover het verschil te oordeelen. Uit de laatste
proefen zien wij bij Marnix voor de— tweede— persoon en-
kelvout het verouderde dyn , dy gebruikt. Hij zegt daar-
van ; »Als men eenen alleen wat beveelt ofte biddet moet men
schrijven : doe, du; geef du, laete du , spreecL oft spreeke, seg
oft segge , gae, slae , enz. ende tot veelen doet gliij, gheeft
gliij, lael oft laetet, spreeckt oft seglit, gael, slael, enz. over-
mits het kennelick is dat de letter T die men daer by voegt,
een teecken is het getal van velen bediedende."
Marnix" had geen behoefte aan basterdtaal of stopwoorden,
dat een algemeen gebrek bij de dichters van die tijd was.
Het onderscheit der geslachten werd door hem bijna nooit
verwaarloost,. en de t of dt in den 2. en 3. persoon enkelvoud
van den tegenwoordigen tijd der Aantoonende wijze vindt
men overal bij hem inagt genoomen.
Wij zagen zoo even dat de Amsterdamsche kamer aan het
hoofd stond der Hollandsche taalbeweging in het laatst der ICde
eeuw. Deze meerderheit hadde hij voornamelijk aan drie zij-
ner leeden Spieghel, Corenhert en Roemer Visscher te danken.
Wij hebben booven reeds gezien gehad, dat Spieghel voorde—
schrijver onzer eerst Nederlandsche spraakkunst gehouden
werd. Ook als dighter heeft Spieghel zich vooral door zijn
Hartenspiegel gunstig kennen doen.
Roemer Visscher heeft als voorstander en beoefener der
dichtkunst, vooral in het puntdicht veel roem verworven.
Coornhert beoefenden meer het proza, in dewelke hij Mar-
nix evennaardde, zoo wel wat stijl als zui verheit van taal betreft.
49.
Als de voornaamste kwekelingen van den kamer in liefde
bloeijende moet in de eerste plaats den drossaard Pieter Kor-
neliszoon Hooft genoemd worden. Deze voortreffelijke dich-
ter en geschiedschrijver ving zijn—letterkundige—loopbaan
aan, als lit van genoemden kaamer. Aan de Hoogeschool te
Leijden kreeg zijn smaak door de beoefening der oude lette-
ren , die klassieken vorm, die zijne lettervruchten ook nog
heden eene blijvende waarde geaven. Bovendien voltooide hij
?ijne vorming door eene reis door Duitschland, Frankrijk en