Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
pen uitgegeven tonen etn ijverig streeven om de taal tot
meerere zuiverheid en beschaving op te foeren.
45.
Wij hebben tot hiertoe de Nederlandsche taal en letterkun-
de het meest beoefent gezien gehad in de Zuidelijke gewesten
van Nederland. Op het einde dan der zestiende eeuw, krijgt
Noord-Nederland in de geschiedenis van de letteren meer ge-
wicht.
De groote omwenteling welke in de laatste van de zestiende
eeuw in de staat en in de kerk plaats greep, en bijzonder
in Noord-Nederland vrugtbaar werkten bragt een— geheele—
omkeer ook in de Taal en Letterkunde te weech. De— roem-
volle — worstelstrijd teegen het machtigste Spanje om het be-
bouwt van vrijheid en godsdienst, wekte in Nederlandeenen
ongekenden geestkracht, dewelke zich ook in de letterkunde
openbaarden. De Zuidelijke gewesten daarenteegen, dewelke
onder den Spaanschen dwangjuk gekromt bleeven, hielde wij-
nig van die— luister over, die zij vroeger boven de Noorde-
lijke vooruit hadden; taal en letterkutide zonken daar al die-
per en dieper. De meest aanzienlijke famieljes, de meest
verlichste en kundigste mannen, hadden hier en elders eene
wijkplaats gezogt voor Alva's dwingelandei, en Zuid-Nederland
hadt aan de— bloei en de— luister van Nederlandsch taal in
de — zeventiende— eeuw geen ander deel, als dat zijn vluch -
telingen het hunne tot de bevordei-ing daarvan bijdraagden.
Wij zullen ons nu meer uitsluitender met de Noordelijke
Nederlanden bezig moeten houden, tot dat wij, naar ook daar
Taal en Letterkunde met de— Ondergang en de vernietiging
bedreigt te hebben gezien, hier en vervolgens ook in het Zui-
den een nieuw leven zien ontluiken.
derde tddvak.
Nieuwe Nederlandsche letterkunde. \. Afd. van 157-2—1679.
46.
Als inlijding tot het meest schitterendst tijtperk van onze let-
terkundige history moeten wij een oogenblik stilstaan bij hetgeen