Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
Enz.
108
Gods wijslicyl voor alle dinglien slonl
Wie siel al haer secrelen ?
De wijsheyl was voor al hereyt.
En des vcrslands voorsichlicheyt
Was eeuwich inl onlspringhen.
Des wijsheyls lonleyn wordl Gods woort gheseyl,
Wiens wel lot Godl can hringhen
44.
Als "wetgeever der toenmaaligen dichtkunst verhefte zich
Matth Ijs de Casteleijn , Priester in Oudenaarde, en lit van d—
Rederijkerskamer Vax Vobis daar. Zelfs deeze— dichter,
minder met wezelijke genie, als wel met liefde voor de kunst en
een gezonde oordeel begaaft heeft de eerste geweest, die voor
de Nederlandsche digikunst faste regels ontwerpt heeft. Zij-
ne geschrift draagde d— titel van: Const van Mcloriken in
alle soorten van sneden van dichten, en al dat de Const van
Poezijen competeert ende aankleeft. Ge?it 1555. Door dit
werk , dat meenichmalen herdrukt is geworden geweest heeft
Casteleijn de meesten naam gemaakt. Zijn dichtwerken wa-
ren , even als die zijns tijdgenoten smakelooze reimelareien
vol franse basterd woorden.
Het volk.sliet bleef alleen zijn nationaal karakter behouwen
en vrij van de inwerking van de Rederijkers. Als sodaanig
verdiend in d— eerst— helft van de 16de eeuw een vertaling
van de Pesalmen van den Heer Willem van ZuylenvanNy-
velt, onze aandagt. Deze pesalmen waren na de meest be-
kende volks weizen gezet geworden en het volk ontving de-
zelve met geestdrift. Van Zuylen had tot de bevallige een-
voudigheid van het volksgezang tragten af te daalen, en
daardoor hebben zijne gedichten vrei geblijft van de meer
hoofsche basterdtaal van der Rederijkers. Hiervan verdient
eventwel omstreeks het laatsten van dit tijtvak onder dere-
dereikers een uitzondering Anthoni van Stralen, Ridder, Heer
van Merxem en Burgemeester van Antwerpen. Deze was
eenen van de grootste voorstanders en beschermer van de
Nederlandsche taal; zijn Spelen van sinne in 1562te Antwer-