Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
gering van Karei de vijfde vinde wij Noort- en Zuit-Neder-
land noch eendrachtlijk vereenigt. Gedurende der minderja-
righeid Kareis had de heerschappij opgedragen geweest aan
Margaretha van Oostenrijk, een vorstin dewelke een harstoch-
telijke liefde voor de Fransche letterkunden koesterdde, en
alles aanwendden om dezelve in Nederland te bevorderen. Bij
de feesten aan derzelver hof werden d— Nederlandsch— en
d— Fransch— adel met een ander in aanraaking gebracht,
en weldra het Fransch was de taal der Groten, en de natio-
nale taal alleen aan de mindere klassen overgelaten.
De beoefening der letteren stont dan ook bij het einde van
het tweede tijdvak op een— lage trap. Het weinige, dat wij
in die tijd aantreffen toont de— geringe voortgang, de zij in
de laatste twee ecuwen gemaakt hadden en die toestand,
waarin wij ze vinden bij het begin van de 16de eeuw duur-
den voort tot op het einde van dit tijdvak.
43.
Onder de beoefenaars der Dichtkunst in die tijd kompt
een— eerste plaats toe aan AnnaBijns, een Geestelijke Zuster
een kweezei of onderwijzeres in de Godsdienst te Antwerpen;
waar zij tusschen 1520 en 1540 hare dichtwerken vervaardigde,
die zich onderscheidden door sierlijkheid van uitdrukking,
levendige fantaizie en ongedwongendheid in derzelver zamen-
stelling, uitsteekende booven alle andere dichtwerken van die
tijd. Zelden zondigden zij tegen de taal, en van basterd-
woorden maakt zij een karig gebruikt; immers dan alleen,
wanneer maat of rijm haar dwong. Zij is anders bijzonder
rijk in woorden; ongezocht en altijd gepast moeten zij haar
uit de pen zijn gevloeid. Men heeft van haar drie bundels,
welke later bij één zijn uitgegeven onder den titel van: Schoone
llefereijnen vol schriflure ende leeringhen.
Tot een beweis dat Anna Bijns heure Her op verheven to-
nen kondet stemmen, geeft Willems ons een Refereijn uit
den gheestelycken Nachtegael, van welke wij eenige digtree-
gels overneemen; het is een liet op den Meijmaant.
Wanneer ghij in 'l velt gael u verluchten,
, Om wat genuchten