Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
Enz.
103
By wat saken dat men Idoet.
Nu hoort na mi, c maecs u vroel,
Hoe Sinte Gheertruut lede haer leven.
En waerom haer minne is hier gebleven.
39.
Bij de overgang van de meest al de Nederlandsche gewesten
aan de Bourgondische dynastie nam in de eerste half der
vijftiende eeuw de verbastering onzer taal meer te meer toe.
De Fransche taal was de taal van het hof en doordrong van
daar na alle zeide. In Burgerlijke en rechtelijke aangeleegend-
heeden wiert zij of geheel gebruikt of zoodaning in het Ne-
derlands vermengt, dat het karakter dezer laatsten gaar ver-
loeren ging. De aanmoediging door het hof aan de dicht-
kunst en bezonders de Retorykers beweezen, vermocht daar
teegen niets; want eenmaal de richting in den smaak der
dichters na de vreemde gericht zijnde, bleef ook haar verbas-
tering toeneemen.
Het waar in de XV eeuw, dat men in onze taal meer het
proza aanving te beoefenen. De principaalste prozaschrijvers
bearbeidden godsdienstige onderwerpen , daarnevens legenden
en biografiën in regelieusen zin. In die werken behoede men
de taal voor zyn gehele ondergang, daar de schrijvers piet in
onmiddelbaare aanraaking met het hof waren noch stonden in
betrekking tot de Rethorykerskamers zij bleeven dus voor
de verbastering der taal bewaart en ijverden zich om duidelijk
te schrijven in de— volkstaal, ten ijnde daar te worden ver-
staan , waar de hofsqhe verbastering niet nog ware doordron-
gen. Tot die aart van werken behooren de Gelhiden van der
toekomst omes Ileeren; het Passionael somer en ivinterstuk
van 14G8; eene vertaling betij telt: den Profestus op eens gliees-
teliken menschen leven; een Epistel tol den XI dusent maghe-
den Christi en andere.
40.
In 't laaste helft der XV eeuw leenden de boekdrukkunst de
taal en wetenschap zijne diensten. Van af dan behoefd men
geen zeltsame hantschrifte meer raat te pleegen om de toe-
stant der taal en van de letteren na te speuren. Nogthands
valt het weeder te betweifelen of men wel genoeg op die oude