Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
fransche woorden, als eene gevolg van die verbastering te
bemerken. Hoewel men deze agteruitgang over 't algemeen
in de — werken van die— tyt aantreft zoo waren er tog ook
gelukkige uitsonderingen, onder wien wij in den eersten plaats
noeme der Leeche Spieghel en de Duilsche Doclrinael, twee
moralische werken , die en om de taal en om de steil tot de
meest schoonste, en zuiverdste werken van vroeger— tijd
inoete gereekent worde. De — schrijver van dezelven was Jan
Beckers, dewelken zijnden Klerk of Secretaris der Stadt And-
werpen , word ook Jan den Klerck genoemt. Behalve deze
twee leerdichten heeft hij noch twee hist9rise boeke gemaakt,
als de Brabandsclie Yeeslen en Van den derden Edewaeri. In
de beiden laatste heeft hy gebruik van de werken gemaakt
van Maerlant, van Heelu en Lodewijk van Velthem. Alle deze
werken werden door hem daargestelt in de— eerst— helft
der veertiende eeuw. Hij zelfs moet noch in 1358 in leeven
geweest hebben.
De— zoo evengenoemden Lodewyk van Velthem bearbeidde
een Spieghel llinloriael; toch dit werk leverd de bewijzen op
van de menigten fransche woorden, welke toen in het Neder-
lands reets ingesluipt waren.
Als de— beste— prozaschrijver van die tijd noemt men
zeekere Jan van Ruysbrock, den Prior van den abtdij van Groe-
nendale bij Brussel. Ofschoon dezelve ook eenige versen ge-
maakt heeft, is hij tog het meest door zijne stigtelijke wer-
ke bekent. Terwijl hij in zyn klooster zyn tijt slijtte in af-
zonderheid en overpijnzinge heeft den een hem voor eenen
diepzinnigen denker, den ander voor een gewoonlijke dweper
gehoude. Terwijl dit laatsten wel meer het lot is van bun
die haar meer mat de godsdienst als met de warelt afgeeve,
wille wij die hatelijke naam niet op hem toepasse.
36.
Het weinig belangrijke, dat onze letterkunde om deze—tijd
opleverden was een gevolg van de staatkundige toestand de-
zes landen. In allen oorden barsten hevige onlusten uit; in
Holland woede de burgerkreig der Hoeksen en Kabeljausen;
in Gelderlant dat der Heeckerens en Bronkhorsten; de Frie-
schen verdeelden zich in Schieringers en Vetkopers , terwijl