Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
den slag van Weeringen eenen der meest werk waardigste ge-
schriften der XIII eeuw zij. Het gedigt houd twee delen of
boeke in, van denwelke de eerste de vroegeren daade van
Jan de eerste beschrijft, en den tweeden de Woeringer strijt
tot onderwerp heeft. Het geheel bestaat uit achtduizend negen-
honderd achtenveertig reegels. Zijne taal en steil zijn vry
zuiver, en in sommige plaatsen zelf dichterlijk; overigens
veel overeenstemming hebbende met v. Maerlant en Stoke,
waarom wij geen uittreksel geven. Het werk schijnt in de laat-
sten tien jaar der XIII eeuw vervaardigd zijn.
34.
Onder de hooftwerke van het eersten gedeelte van dit tyd-
vak verdient ook de Dielsche Calhoen de Fabelen van Eso-
pet, de Natuurkunde van het Heelal van Geerart Lienhout en
de Grimbergsche oorlog genoemt te worden. Tot de digters
van minder gewicht brengt men Calfstaf en Noydekijn , die
door van Maerlant worde aangehaalt, als vermaarde fabeldigters,
waarom men het niet als onwaarschijnelijk hout, dat velen
zoo niet allen de Fabelen van Esopet, zoo even genoemt van
hare hand en maakzel zijn. Onze bestek en plan laten niet
toe om eenigzints uit te wijden over deze geschriften. Zelf
onthoudden wij ons van de opsomming der kleindere werke,
die tot deze tijt kring hooren, en gaan ook de prozasche
stukken over godgeleerdheid geschiedenis , recht sgeleerdheit
enz. met stilzweigen voorbij. Wij passeeren dus tot het ver-
volg onzer geschiedenis.
Naar de overgank van de regeering van Hollant en van See-
lant aan de hene^ausche grafen, kreegen de fransche taal en
franse zeederi veel ingank in onzen lande, en gaave aan onze
leefswijzen, en die te gefolge ook de Eetterkunden eenen
nieuwen wending. In Flaanderen had de Fransche taal vroe-
ger reets bescherming gevonde gebat, en de landstaal had al-
daar aan denzelfden wisseling ondergeworpen geweest, die de
vrijheit en nationale onafhankelijkheit moest ondervinden.
35.
De veertiende eeuw heeft dan ook veel minder vrugtbarer
geweest in het litterarische, en in de weinige werken van die
tijt is de verbastering der Taal en veelvoudig gebruik van