Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
reeds de beginsels van het onderscheid, dat zich thands meer
duidelijker noch vertoond in de beide takken onzes taais.
Ook van Maerlant erkend dit verschil, als hij in d— Voor-
reeden van een— zijner werken, dat hij waarschijrielijk in
zuitholland schreef, verontschuldigt zich over d— taal dien
deelsch vlaams, deelsch zeeuws en hollands is. Buiten deze
dialektverschil zijn de taal van d— een en d— andere schrij-
ver bijna dezelfde; hoewel men aan degene van v. Maerlant
eenige meerdere beschaving toeschrijve. Ook is het nieton-
waarschijnelijk dat v. Maerlants schriften d— andere— schrij-
ver tot voorbeelt gedient hebben, üvert algemeen is hun taal
duidelijk, zuiver gramaticaal; hun spelling is vrij reegel-
maatig en keurig, en het onderscheit der geslagten word
zorgvuldig door hun in agt genoomen. Hetbeezige van fran-
sche woorde word weinig bjj hun aangetroffen. Ook hadde
van Maerlant een— bijzonder— afkeer van de Fransche dich-
ters , die— hij valsche leugenaars noemd.
31.
Van Maerlant keurden niets zijne pen waardig als wat waar,
leersaam , en nuttig ware. Wat slegts tot vermaak gedigt en
alleen uit de verbeelding gegreepe ware vont bij hem geenen
bijval. Van daar zijne ingenoomentheid tegen de fransche
digters, waarvan wij zoo even spraaken. Men wil zijnen
werken minder kunstwaarden toegekend hebben als aan dien
die wij hiervooren genoemt hebben. Ofschoon zijn onderwer-
pen die hij bezingde mindep, geschikt waren voor die digterlijke
vlugt, gelooven wij tog te mooge bewperen,, dat verschijde^
van zijn gevrogten een zeer digterlijke geest ademe. Hierin
waar hij dan ook Melis Stoke verre de ba^s af. De voor-
naamste der Maerlantsewerken zijn: de Itijmbijbel; de Wrake;
de Spieghel Ilistoriael, de Ileymelykheyl der Heymelicltede;
de Trojaansche Oorlog; honing Alexanders Geesten {hande-
lingen , fr. gestes) ; de Bestiaris of der Naturen Bloeme; Wa-
pene Marlijn ; Van den Laiide van Overzee; de Clausule van
der Bible en andere kleindere stukjes. Wij zullen tot een
staaltjen iets meededelen uit het digtstukjen: Van den Lande
van Overzee, een wapenkreed waarbij de Christenheit word