Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
stont en daarin misschien vinde de reede van datgene, dat
wij zoo even aanhaalde.
Het is uit de geschiedenis bekent dat onder de Nederlant-
sche provinciën de Vlaanderens reeds vroeg tot een hooge
bloei van welvaart kwaame door handel en neiverheit. Deze
handel, maar nog meer de nabijheit der ligging bragten deze
streeke vooral in aanraaking met Frankrijk. De Franschen,
welke in grooter getal als eenig ander volk aan de avontuur-
lyke tochten na het ooste hadde deelgenoomen, en welke een
levendige, romantische geest bezaten, waare daardoor en
meer verfijnder en meer beschaafder, en deze openbaarde
zich ook in hare letterkundige voortbrengsels. Dit maakte
dat zij greetig ontvangen en geleeze werde door die zever-
stont, en nagevolgt en vertaalt voor die ze niet verstout.
Daarbij was misschien den geest die zig in den Reinaart
openbaarde, de verheffing en het rechtsgevoel van het volk
wel oorzaak dat de Vlaamsche graave zich weinig bekommerde
om de Nationale taal, maar hij preferentie fransche digters
aan haar hof ontfingen en begunstigden. In Braband schijnt
dit echter anders geweest te hebben. De hertogs van dit
hertogdom protegeerden de landtaal boven den vreemde,; de
landwetten wierden in dezelve opgestelt, en de vorsten zelve
schaamde haar niet om haar teschaaren onder de beoefenaars
der Vlaamschen letteren.
30.
In de tweede halve dertiende eeuw schreef Jacob, koster
te Maerlant een aantal schrifturen en onder dezelve zijn
Spieghel Ilisloriael op bevel van Floris V, de graaf van Hol-
land. Een— tytgenoot van deze— Jacob, die men doorgaands
na zyn geboorteplaats van Maerlant noemd was Melis Stoke
eenen klerk of Priester van de— Utrechtsche— kapittel,
en in dienst van de bovengenoemde beschermer der letteren
de graaf Floris V. Dezelve vervaardigde een hollandschen
reimkrooniek. De werken van deze gelijktijdige schrijvers
zijn voor al ook voor d— taal gedenkwaardige overblijfsels,
dewijl dezelve in de beide hoofddialecten van het Nederlants
namentlijk de Hollandsche en het Flaamsch geschreven zijn.
Hoe wel het verschil gering zij, merkt men tog in dezelve