Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
koning Arthur ingestelt met onvermoeide pogingen weder
opgezogt moest worden.
28.
Omtrent deze voortbrengsels onzer middeneeusche littera-
tuur moeten wij ons behelpen met een korten opgave der
voornaamsten met aanhaaling harer verfaardigers, of liever
vertaalders voor zoo verre die bekent zijn. Wij noeme in de
eerste plaats de roman van Floris en lilanchefleur vertaalt
door Diederic van Assenede van wie niets als zijn— naam
bekent is. Den roman bevat een liefde geschiedenis. De dog-
ter van Floris zou de moeder van Karei de groote geweest
hebben, waarom deze roman tot de cyclus of fabelkring der
Karelromans wort gebracht.
Van eenen haarlemmer dichter. Claes Verbrechten bestaad
een stuk van een vertaaling van de roman der vier Heemskin-
der , en ook van de Willem van Orangen beiden uit het Fransch.
De llonccvaal of Roelantslied waarvan eenige Nederlandse
verzen bestaan; een oversetting van de fransche Roman de
lioncevaux ou des XII jmiis de France, de Ogier van Arden-
nen-, de Maleghijs en anderen behooren alle tot de karel-ro-
mannen ; benevens die van Carel en Elegast, dat men als het
eenige oorspronkelyke onder deze soort van dichtstukken op-
geeft omdat geen fransch hantschrift van hetzelve bekent staat.
Tot de Arthurs-romans behoren de Lanceloot en St. Graal,
of Percheval, de Walewein en de Ferguut. Dezelve met uit-
zondering van den Grale kunnen eventwel evenmin als som-
mige der Kareis romannen tot den dertienden eeuw gebracht
worden, maar moeten worden te behooren gereekent tot meer
laatere gedeeltens van ons onderhavig tijdperk.
29.
Het zal wel befreemding verwekt hebbe dat wij 'bij zoo
meenig tot heeden toe behandelt digtstuk telkens moesten
aanhaalen dat zij uit het Fransch was vertaalt; alsofNeder-
lant geen enkele dichter hat opgeleevert, die uit eigen ge-
voel en vinding iets voorbracht. Eer wij tot dezulke over-
gaan zullen wij een oogenblik stil staan bij de beschouwing
van de betrekking in welke toen ons Vaderlant tot Frankrijk