Boekgegevens
Titel: G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1863
Nijmegen: H.C.A. Thieme
3e verb dr; 1e dr. 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6700
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202884
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   G.C. Mulder's Oefeningen tot toepassing van het geleerde in de Nederlandsche spraakkunst voor schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
de wanklanken dezes tijds en des aardschen levens zich op in
de bekoorlijkste harmoniën, die het oor zijns geestes uit hoo-
ger sferen verneemt. Deloeyende stormwind, die zich drei-
gend scheen te verheffen, wordt tot een zacht en liefelijk
suizen, de angstwekkende kreten tot hartverheffende jubel-
zangen, en de bloedige vaandels tot banieren des vredes. Hij
aanschouwt orde in den chaos, en eenheid in de verwarring.
Zijn vertrouwen op Hem, die alles beschikt, is versterkt. Zij-
ne hoop op Hem, die alles vermag, is verlevendigd, en een
lichtstraal uit de hoogte verheldert, wat in dikke duisternis-
sen en opeengestapelde neveldampen gehuld lag.
Tijdspiegel, Januarij 1853.
II. OEFENINGEN TER ONDERSCHEIDING VAN OORDEE-
LEN EN GEDACHTEN MET AANWIJZING, OF ZIJ
BEVESTIGEND OF ONTKENNEND, ZIJN.
Spraakk. § 26—28. Spraakl. § 1.
1.
Ja, ouderlijke liefde is iets onbeschrijfelijks — iets, waar-
van de kracht en uitgebreidheid onberekenbaar is. Hare tee-
derheid, hare innigheid — hare belangeloosheid — hare zelf-
verloochening kan door geen kind, hoe oudeflievend, even-
aard — wat zeg ik? regt beseft worden.
Vergeeft het dan hun, die nog geene ouders zijn, — nog
geene ongelukkige ouders zijn — of wier hart door de we-
reldzeden verëelt is, — wanneer zij eenen David van overdre-
vene zwakheid beschuldigen; — wanneer zij eenen medelijden-
den glimlach niet verbergen kunnen by de kermende wee-
klagt — bij de tranen van bedroefde ouderen 1 — De onge-
voeligen!... Neen , de onervarenen ! Ach ! wie weet, in welk
eene akelige school zij nog eens beter zullen leeren ! . . .
En — zulk eene liefde hadden uwe ouders voor u. Ja,
zulk eene liefde! Zulk eene onbegrensde liefde! — O ! zoudt
gij — zou iemand uwer — in staat zya, dezelve met koele
onverschilligheid te beantwoorden? Zou het in u kunnen
opkomen, wat zij uit liefde voor u doen, hun als verplig-