Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
men klauteren. Hierdoor doen zij minder schade , dan de
marters, die in de boomen klimmen , en vele nuttige
Vogelen verslinden. Ook in duive- en hoenderhokke"
..vermoore^ jiij al, wat leeft, zoo het mogelijk is: zoo-
'-^dat de marter meer tot de schadelijke dieren behoort.
Geen dier draagt duidelijker blijken van bescherming
door den Schepper, dan de egel, die/van alle zijden door
/ A scherpe stekels omringd ƒ en als een bal zamengerold, tegen
' eiken vijand beveiligd is.
Teregt verdient dit dier dat, wegens het veelzijdig uut,
dat hij te weeg brengt.
Hij is een regt bekwame muizevanger, en weet die
even listig te beloeren en te bekruipen, als de kat. Nog
meer maakt hij jagt op slakken, insekten, wormen en
larven, en krabt die zelfs uit den grond op. Daarbij
verslindt hij adders en andere venijnige dieren , zonder
dat hun vergif hem eenig nadeel toebrengt.
Niettegenstaande al dat nut, wordt dit dier meerma-
len door onkundigen en moedwilligen vervolgd, gekweld
en gedood.
Als vervolgers en dooders der adders verdienen ook
nog de wezels onze bescherming. Zij ook zijn, even
als de egels, geheel bestand tegen het gif dezer dieren.
Bovendien is hun ligchaam er geheel toe ingerigt , om
ook muizen en ratten tot in de kleinste sluiphoeken en
langs naauwe doorgangen te vervolgen, zelfs daar, waar
andere roofdieren en roofvogels niet kunnen doordringen,
In dat werk zijn zij zoo bloeddorstig, dat zij veel meer
dooden, dan zij kunnen verslinden, er alleen het bloed
uitzuigen , en nog met dooden voortgaan , als zij ook daar-
van verzadigd zijn.
Zij zijn derhalve, veel meer dan andere dieren, ons
tot groot nut in het uitroeijen van dat ongedierte, en het