Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
van ^ze te laten uitbroeden. Had men dit laatste ge- /J^
daan, de oogst zou hem evenveel, en nog meer winst
opgeleverd hebben : want de vogels/daaruit ontstaan ,
zouden al dat ongedierte verslonden/ en daardoor dat ^^
kwaad voorkomen hebben.
Brengt de landman zijne waren ter markt, en is
de prijs hoog, omdat de oogst zoo slecht uitviel, dan
nog betalen burgers en anderen , zonder het te weten,
eigenlijk zeer duur , de eijeren, die de aanzienlij-
ken gegeten en reeds meenden , hoog genoeg betaald te
hebben.
Wat dunkt u, zou 't niet beter zijn, het zoeken dezer
eijeren geheel te staken ? Zou 't niet goed zijn, zoo
dat van Overheidswege geheel verboden werd, gelijk thans
velerwege gedeeltelijk geschiedt ?
Dan zouden onze velden en tuinen ons een verrukke-
lijk schoon gezigt opleveren , als alles zoo welig stond te
groeijen. — Wij zouden dan heerlijke, betere en goed-
koóper vruchten bekomen, die onzen smaak meer en
langdurig streelen , ons tot een gezonder en beter voed-
sel dienen zouden / dan die eijeren.
Streelen ons het liefelijk gezang , het vrolijk geroep / /f n^
de prachtige kleuren der vogelen, als zij overal in de
schoone natuur ons omringen, dit zal dan nog veel meer
het geval zijn , — en de vele muggen en andere lastige
insekten, die ons in de schoone, warme zomerdagen
kwellen , onze vruchten in de tuinen schenden of ver-
nielen , zullen dan grootendeels verdwijnen , als die vo-
gels deze verslinden, en zich er mede voeden. Zoo /
wordt Gods schoone Schepping voor ons in vele op-
zigten nog aangenamer en verrukkelijker, terwijl wij
ons thans uit onkunde en dwaasheid meermalen daarvan
berooven, zijne liefderijke bedoelingen ondankbaar te-