Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
veldvruchten, enz. vergasten, zich verkwikken met den
geur van sierlijke bloemen, geurige kruiden en andere
nuttige gewassen , dan bescherme men vooral ook de bijën ,
en roeije die niet uit, omdat zij ons kunnen steken als
wij liw beleedigen. -— Lmma.
Öeze dieren immers/zijn de bevruchters der bloesems/
van alle gewassen. Zij brengen , terwijl zij honig verza-
melen, het stuifmeel van d^ een^^op d^ander^ bloesem^
over. In een enkel uur makeu zij duizend^ bloesems J-yi
vruchtbaar. Deden zij dit niet, die zouden afvallen, zon-
der zich tot vruchten te zetten.
Zij doen ons op die wijze veel grooter voordeel , dan
door het verzamelen van honig en was.
Sommige bloesems zijn te diep , om alzoo door de bijën
bevruchtigd te worden ; doch daartoe heeft God de aard-
en moshommels geschapen, die in holen onder den grond
in verlaten molshopen en in veldmos hun verblijf hou- jPi
den, en dagelijks op de bloemen rondvliegen, om dat-
zelfde nuttige werk te verrigten aan de bloesems ,
die door de bijen niet konden bevruchtigd worden.
't Is derhalve zeer dwaas en nadeelig , de nesten van
wilde bijën en hommels uit te roeijen, en deze nuttige
dieren te dooden , om d^weinig^onig daaruit te bökomen. Aiy^
Men zorge liever voor de veiligheid dezer dieren , die ons
zoo groote weldaden bewijzen.
Les 27.
Vogelnesten , eijeren.
Kinderen vermaken zich inde lente zeer, wanneer zij
vogelnesten weten , en daaruit eijeren kunnen halen. Zij
blazen die uit, rijgen de doppen in snoeren, en streelen zich,
door die telkens te beschouwen.