Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Les 26.
Mieren, Bijen, en Hommels.
Kleine , weerlooze diertjes worden meermalen uit moed-
wil door sommigen vervolgd en vernietigd.
Kruipt eene mier ons over de handen , dan wordt zij
niet zelden terstond verjaagd , gedood , vertreden en op
andere wijzen uitgeroeid.
Wist men, hoeveel nut de mieren doen, men zou die
beschermen , voor vervolging behoeden , en veilig laten wer-
ken tot ons voordeel.
Deze diertjes toch doen ons groot voordeel, door het
uitroeijen der bladluizen, welke zoo sterk en spoedig
vermeerderen , en de bladeren van nuttige gewassen zoo-
danig beschadigen , dat zij kwijnen , de vruchten niet
kunnen voeden, en ons oog noch onzen mond kunnen
streelen.
Jonge, pas uitgekomen rupsen worden er in groote
menigte door de mieren verslonden, eer zij volwassen
zijn, en zich wijd en zijd verspreiden, om onze boo-
men en planten gedeeltelijk of geheel te ontbladeren.
Zij brengen ons bovendien door steken of bijten/vol-
strekt geen nadeel toe , en knagen zij al eens aan enke-
le vruchten , dat is van geene beteekenis, omdat zij er
slechts geringe deeltjes van verteeren.
In bosschen, op akkers en in tuinen doen de mieren
alzoo veel voordeel, en toch ziet men meermalen , dat
— kMi liunne nesten daar dwaselijk uitgeroeid worden , alsof
men er op gesteld is, dat bladluizen en rupsen bovenmate
j-c-n vermeerderen, om onze gewassen te beschadigen j ons
onze heerlijke vruchten te ontrooven.
Wil men zich gaarne op heerlijke tuinvruchten , fruit,