Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
gen jegens padden, — verbeelden zich, dat ook deze
venijnig zijn, en meenen daarom, die te mogen en te
moeten vervolgen en uitroeijen.
Uil onkunde handelt men alzoo: want deze dieren zijn
evenmin venijnig, als de bovengenoemde. Zij hebben,
om zich te verdedigen en te ^bevestigeiy, slechts klieren (?)
of wratten op de^ huid , waaruit zij een onaangenaam
riekend vocht persen, zoo zij in nood en gevaar meenen
te zijn. Alleen in opene wonden en in onze oogen zou
dit vocht, door zijne scherpte, gering nadeel kunnen doen ;
maar voor het overige mogen wij hen gerust aanraken ,
en in handen nemen.
Zij zullen ons niet bijten noch steken: want zij bezit-
ten geen ander verdedigingsmiddel, dan dat vocht. Ook
de Jand-salamander bezit zoodanige vochtklieren of wratten
op zijn^ huid. __Zt
God gaf aan beide deze dieren dit beveiligingsmiddel,
opdat ooijevaars en roofvogels daardoor afkeerig zouden
zijn, om hen te verslinden , — en die nuttige dieren tot
ons voordeel, zoo veel mogelijk gespaard, blijven leven,
om lastige en nadeelige insekten te verslinden , en weg
te ruimen.
Mogen wij dat goede zoo dwaas en ondankbaar te-
genwerken , door hen te vervolgen en te dooden ?
Ofschoon sommigen minder vreezen voor kikvorschen,
zij beschouwen die toch als overtollig, en zijn niet zel-
den genegen, pok die dieren te schuwen, te mishandelen
en te verdelgen.
Verdienen zij dat, omdat zij ons zooveel dienst bewij-
zen door het verteeren en wegruimen van schadelijke
wormen en insekten ? Moesten wij niet veeleer er voor
zorgen, dat zij in rust en vrede voor ons dat nuttig werk
verrigten ?___///