Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
ofschoon zij anders ook veel hun verblijf houden in gaten
of holen in den grond.
Worden die eijeren of de slangen door de landlieden
gevonden, dan haast men zich, niet zelden met angst,
om die te verdelgen en te dooden. Hun werkvolk , hunne
kinderen, elk handelt op die wijze met deze dieren, en
wia zich zeiven dat verdelgen niet toevertrouwt, roept
de hulp van anderen daartoe in.
Zoo doet men , omdat men deze dieren als groote vij-
anden aanziet, die slechts leven, om ons te bijten , te
steken , hun gift in te spuiten, en alzoo het leven te
benemen. Daarom vreest men hen zeer, gedoogt niet,
dat zij voortteven, en beveiligt zich tegen hen, door
hen zonder uitstel te dooden.
ïoch is dit eene grove dwaling: want , zonder het te
weten , bewerkt men daardoor zijn eigen nadeel. Men
roeit alzoo zeer nuttige dieren uit, die ons groot voor-
deel konden aanbrengen, als wij hen rustig lieten voort-
leven.
Immers, die slangen verslinden eene menigte veldmui-
zen. Is dat geene weldaad voor weiden , akkers en tuinen ?
Zitten daarin te veel muizen, en heeft men alle slangen
steeds zoo verdelgd, — dan heeft men zich zeiven dat
kwaad berokkend.
Die ingebeelde vijanden zijn weldadige, vriendelijke
medehelpers voor den landman. Zij helpen medezorgen,
dat alles welig groeije , en niet, door muizen benadeeld,
tot kwijning vervalle.
Angstig vreezen behoeft men voor deze dieren niet.
De ringslang, de hazelworm of blindslang en alle andere
soorten , in ons land aanwezig, zijn onschadelijk, hebben
geen gift of venijn , zoodat beet geenszins gevaarlijk
voor ons leven is. — Alleen de adder is venijnig , en haar