Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
t
In streken, waar men veel mest noodig heeft, bedient
men zich ook voor het volwassen rundvee nog van pot-
stallen, waarin ruim met plaggen en ruigte gestrooid
wordt, en de meststoffen , tot zekere hoogte opgesta-
peld en in een getreden, kunnen rotten en broeijen. Het
vee staat daar intusschen niet zoo frisch, en ligt er niet
zoo zindelijk als op greppels. De uitwasemingen/de/
jj mest zijn gee^zins zoo voordeelig voor de gezondheid, als
de frissche lucht op andere stallen. Men kan in de
jri. mestschuur op dezelfde wijze veel ruigte onder d^'mest
mengen , en di(^daardoor eveneens vermeerderen , terwijl
de hokkelingen, uit ruiven gevoederd , daarop kunnen
rondloopen , om de stoffen in elkander te treden.
V De vloeren der varker^liokken maakt men van sterke
' horden, die op eiken balken rusten, opdat de overtollige
vochten daar door zijgen , en zij droog kunnen liggen :
want ofschoon die beesten niet zeer afkeerig van mor-
sigheid zijn, zal vochtigheid en stank nadeelig voor
groei en gezondheid zijn, terwijl zindelijkheid, frissche
lucht en ligging die bevorderen.
Hoenders en ander gevogelte kan men vrij in de
schuren en op de mesthoopen laten rondloopen , opdat
zij de anders verloren gaande graankorrels oppikken,
met de onkruidszaden in hooi, stroo en mest aanwezig,
waardoor de laatste op den akker geene schade kunnen
doen.
Heeft men alles op die wijze met orde en zindelijkheid
ingerigt, dan kan de boerderij voor menschen en vee
eene aangename, vervrolijkende verblijf- en werkplaats
zijn. Vooral des winters en bij guur weder heeft men
daarbij groot belang, omdat men er steeds moet ver-
keeren, en de bezigheden zich grootendeels binnen
l^j ƒ huis bepalen. Maar ook des zomers, en, vooral bij stal-