Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
pit- en steenvrucliten ieder op dezelfde soort. Bij gerin-
ger verschil van soort of eigenschap bekomen de geënte
boomen eene verandering . welke bijna geheel afhangt van
den boom, waarvan dfe imt is genomen. Zoo kan zelfs
de ouderdom overgaan dp den gegriffelden boom. Zoo
men op eenen jongen stam de loot ent van eenen ouden
boom, zal die vroeger sterven, dan anders gewoonlijk
met deze soort het geval is. Boomen, die laat vrucht
geven/kunnen vroeger vruchtdragend worden, door er ^^
eene loot op te enten van de laatste soort.
In het algemeen dragen geënte boomen veel vroeger, dan
andere.
Nog op eene andere wijze brengt men de eigenschap-
pen van den eenen op den anderen boom over, n 1. door
oculeren. Mea neemt dan knoppen of oogen met schors
of bast er aan, maakt eene opening in d^bast des an- j-»
deren booms, steekt daarin die oogen of knoppen en laat
deze, onder behoorlijke bedekking, daarin vastgroeijen.
Deze bewerkingen verrigt men in den nazomer of in
den vroegen herfst, naar mate van den ouderdom der loten,
waarop men dit verrigt. Tevens onderzoekt men vooraf
of de schors gemakkelijk los^kan gemaakt worden, —
terwijl men zulks bij droog weder doet. Mislukt dat
oculeren, zoo kan men het beter hervatten, dan enting, jjdeyi
Bij deze beiderlei bewerkingen moet men voorzien zijn
van doelmatige ent- en snoeimessen , eene handzaag, eenen
hamer en eene houten wig.

Niet alle boomgewassen tieren even welig op denzelf-
den grond. In kalkachtige gronden wordt het hout har-
der en digter, dan in losser aarde. Bergachtige of hoog
en droog gelegen gronden geven fijner en vaster eiken-
hout , dan moerassen en andere vochtige streken.