Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
de heide weldra geheel verdwijnt, en men, na het vellen der
boomen en het wegruimen der wortels, eenen reeds ta-
melijk vruchtbaren, door eigen kracht ontgonnen grond
heeft, waaraan weinig mest en arbeid behoeven besteed
te worden, om voortdurend goede vruchten op te
leveren.
Andere houtsoorten , die meer gewin geven, kan
men op en tusschen reeds sedert lang ontgonnen weiden
en akkers aankweeken. Langs de oevers der slooten
kunnen zij zonder schade groeijen, geven vastheid aan
de wallen, en bewaren die voor instorting, terwijl zij,
zoo als wij vroeger reeds aanmerkten , de bekoorlijkheid
der landstreken veel vergrooten.
Vele vogels en andere dieren , die ter wegruiming van
ongedierte voordeelig voor weiden en akkers zijn, heb-
ben bosschen en boomen noodig als woonplaats, en om
daarin te nestelen. Waar dus weinig bosschen zijn , zal
men minder die medehelpers aantreffen, zich niet in de
voordeelen kunnen verheugen, die zij aanbrengen, waar
veel boomgewas aanwezig is.
Voor den boomgaard kiest men gewoonlijk vruchtboo-
men, als : appel- , pere-, pruim-, en kerseboomen ,
note- , kastanje- , perzik- , abrikozeboomen , enz.; — be-
nevens struikgewassen voor aardbeziën, frambozen,
druiven en andere vruchten.
In de bosschen heeft men opgaande boomen en zooge-
noemd kreupelhout. Dennen , eiken, beuken , esschen ,
populieren of popelen , olmen of ijpen, enz. bezigt men
voor opgaande boomen. Tot kreupelbosschen neemt men
eiken- en esschenhakhout, elzen , wilgen, note-, hulst-
en andere struiken.
Men nam voorheen , om bosschen aan te leggen , jonge