Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
velerwege ingevoerd, omdat het werk daarmede veel
spoediger on gemakkelijker kan geschieden. Zelfs stoom-
machines maakte men daaraan dienstbaar , om die dorsch-
werktuigen in beweging te brengen. In Amerika vond
men een zoodanig werktuig uit, waarmede 70 mudden
eiken dag gedorscht, schoongemaakt en naar den zolder
kunnen gebragt worden.
Veel tijd en arbeid^ wordt door zoodanige machines ^
uitgewonnen : want een ƒ twee menschen worden daarbij /
slechts vereischt. /
En toch zijn sommige landlieden tegen de invoering
van zoodanige verbeteringen, en meenen daardoor het
werkvolk hun brood te ontnemen. Maar dit laatste is
dwaas. Er is wel ander, beter en voordeeliger werk te
vinden, waartoe men nu den tijd niet kan vinden. Men
make daartoe b. v. meer gebruik van op rijen te zaaijen,
en van den akker evenveel voordeelen als van den tuin
te trekken. Voor wieden, schoonhouden en andere, meer-
dere daaraan verbonden werkzaamheden / kan men dan / J
met groot voordeel het werkvolk gebruiken. Er is in de
boerderij in elk jaargetijde wel nuttig werk te vinden t
dat nu dikwerf niet kan verrigt worden, wegens het
gebrek aan tijd en arbeiders.
In sommige gewesten dorscht men thans nog met stok-
ken , — zeer gebrekkige, vermoeijende werktuigen , —
terwijl men het zaad tegen den wind inwerpt, om het
van kaf en stof te zuiveren. Men toont daarbij, dat
gewoonte alles ligt maakt, en wil deswege niet geloo-
ven , dat die nieuwe werktuigen beter en gemakkelijker
zijn. Zoo berooft men zich zeiven van veel voordeel, ge-
mak en genoegen. Daarom is het te bejammeren , dat
andere volken ons in aanneming dezer verbeteringen zoo
ver vooruit zijn, en ons met reden zouden bespotten, zoo