Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
.52
/

h
buitenlandsche hoenders zijn in 1844 uit Azië naar Europa
overgebragt, en zijn grooter dan de inlandsche. De haan
wordt 9 palm hoog en 9 fg zwaar.
Ook onze gewone huishoenders zijn uit Hindostan af-
komstig. Hun vleesch is zeer smakelijk, en de hanen of
mannetjes zijn nuttig door hunne waakzaamheid , zoodat
zij bij den dageraad den landman door hun kraaijen uit den
slaap wekken.
Ofschoon zij moeijelijk hoög vliegen is het toch nuttig,
hen te gewennen, om in de boomen van den boomgaard
te verkeeren , en zich daar te voeden met rupsen en ander
ongedierte.
Zij moeten in een warm hok, met goede rekken, hun
verblijf hebben, en zoo dikwerf mogelijk losloopen,
om voedsel te zoeken, waarbij zij ook wormen, insek-
ten en andere schadelijke dieren verdelgen en verslinden.
Kunnen zij niet • zeu hun voedsel zoeken, dan geeft
men gekookte aardappelen , garst, haver , boekweit, erw-
ten , enz. aan deze dieren. Met wikken en erwten gevoe(^
groeijen zij te sterk, en leggen minder eijeren. — Wil
men dat leggen bevorderen, dan voede men de hoenders met
gekookte aardappelen met warme zemels gemengd, met hen-
nipzaad , garst of boekweit.
Van het licht en de soort van voedsel hangt de hoe-
danigheid der eijeren en de kleur der dojers af.
Dat deze dieren door eijeren , jongen, vleesch en ve-
deren vele voordeelen geven, blijkt ook uit den uitvoer,
die daarvan in den handel vrij aanmerkelijk is.
-OiAt.- Ook de ganzen geven door hirm»«- eijeren en vleesch
niet alleen groote voordeelen , maar inzonderheid door