Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
/
Les 18.
De bijen.
Behalve^het gewone vee, houden vele landlieden zich
ook bezig met de bijëteelt, omdat ook die met den land-
bouw in groot verband staat: waait men trekt daarvan
niet alleen voordeel door verzameling van was en honig ,
maar, hoe meer bijen op de bloesems van velden , akkers
tuinen en boomgaarden rondvliegen, des te meer vruch-
ten zullen die geven , zoo als wij in de volgende lessen
nader zullen aanwijzen.
Ofschoon sommigen die diertjes om hun venijn wel
eens te zeer vreezen, — soms vervolgen en dooden,
verdienen zij, Avegens die groote voordeelen , wegens
hunne orde en vlijtƒonze belangstelling in hooge mate.
Men houdt deze dieren in bijëstallen of afdaken ,
aan den zuidkant open, om des te meer warmte te ont-
vangen , en tegen de koude noordewinden beschut te
zijn. Meestal zijn zij met pannen en stroo gedekt, en
't is het voordeeligst, dat zij niet door water en hoog
geboomte omringd zijn.
De korven, waarin deze dieren den honig verza-
melen, die^zij met d^ snuit uit de bloemen zuigen , staan fj^^J^
in twee rijen op planken boven elkander, en zijn van
stroo gemaakt, dat zamengedraaid en door teenen ver-
bonden is , zijnde met verw of andere stoffen besmeerd ,
om niet te veel van zou en regen te lijden.
Deze moeten niet te groot zijn : want zoo het noodig
is ƒ kan men die^door onderzetsels er aan te hechten^ /f/^
vergrooten. Men steekt er houten spillen kruiselings over
elkander in, om de honig- en waskoeken te steunen ,
die de bijen op eene zoo hoogst merkwaardige wijze daarin
weten te maken.
Bmq, IX. 4